Zorgplicht medezeggenschapstraject ligt bij ondernemer

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer), JAR 2011/11

Onlangs is een geschil aan de Ondernemingskamer voorgelegd over de vraag of een besluit kennelijk onredelijk is als het is genomen nadat de OR niet binnen de gegeven termijn advies heeft uitgebracht.

Feiten

De casus die aan deze zaak ten grondslag lag, is als volgt. Op 1 april 2010 heeft de ondernemer de OR advies gevraagd over de uitbesteding van administratieve werkzaamheden aan een in India gevestigde onderneming. Daarbij heeft de ondernemer een deadline gesteld van 15 mei 2010. Na enkele weken, op 6 mei 2010, heeft de OR schriftelijk laten weten dat het onderwerp tijdens de overlegvergadering op 18 mei 2010 behandeld zou worden en dat hij dus niet binnen de gegeven termijn zijn advies zou kunnen uitbrengen. Zonder nadere afspraken hierover te maken of het advies van de OR af te wachten, heeft bestuurder vervolgens op 19 mei 2010 het besluit – conform de adviesaanvraag – genomen. De OR heeft vervolgens op 20 mei 2010 een negatief advies uitgebracht.

Procedure Ondernemingskamer

De betreffende ondernemer en de OR hebben een convenant gesloten waarin is bepaald dat als de OR niet aan de gestelde advies- of instemmingstermijn kan voldoen, nieuwe schriftelijke afspraken moeten worden gemaakt. Aangezien de bestuurder dit niet heeft gedaan en haar besluit had genomen zonder het advies van de OR af te wachten, heeft de OR zich tot de Ondernemingskamer gewend. Hierbij heeft hij de Ondernemingskamer verzocht het besluit kennelijk onredelijk te verklaren.

De Ondernemingskamer heeft in haar uitspraak overwogen dat als uitgangspunt geldt dat de ondernemer pas mag overgaan tot het nemen van een besluit nadat het gevraagde advies door de OR is uitgebracht. Aangezien de ondernemer in dit geval het besluit heeft genomen zonder het advies van de OR af te wachten, en er geen sprake is van omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen, oordeelt de Ondernemingskamer dat het besluit kennelijk onredelijk is.

Hierbij geldt volgens de Ondernemingskamer in het bijzonder dat het – mede gezien het convenant – op de weg van de bestuurder had gelegen om opnieuw in overleg te treden met de OR over de adviestermijn, op het moment dat duidelijk werd dat de OR niet binnen de gevraagde termijn zou kunnen adviseren. Ook had het naar oordeel van de Ondernemingskamer op de weg van de bestuurder gelegen om, alvorens het besluit te nemen, bij de OR te informeren naar de stand van het besluitvormingsproces in de OR. De Ondernemingskamer benadrukt in dit kader dat de zorgplicht om het medezeggenschapstraject te bewaken primair bij de ondernemer rust.

Tips

  • Voor zowel de bestuurder als de OR geldt dat het belangrijk is om elkaar voortdurend op de hoogte te houden van de stand van het medezeggenschapstraject. Op deze wijze kunnen eventuele vertragingen snel worden ondervangen door het maken van nieuwe afspraken.
  • Uit bovenstaande uitspraak blijkt nog eens dat de zorgplicht voor het medezeggenschapstraject primair bij de ondernemer ligt. Informeer als ondernemer dan ook actief bij de OR naar de stand van zaken.
  • Indien een ondernemer een besluit neemt, zonder het advies van de OR af te wachten, moet de OR meteen een beroep doen op de opschortingstermijn en een beroep ex. artikel 26 WOR instellen.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen