Wordt het ontslagrecht écht eenvoudiger, sneller en goedkoper?

Mogelijk wordt het ontslag goedkoper in 2015, maar het is de vraag of het eenvoudiger en sneller zal gaan.
2015 wordt het jaar waarin het nieuwe ontslagrecht zal leiden tot een eenvoudiger, sneller, eerlijker en voor de werkgever minder kostbaar stelsel. Althans, dit is de belofte van de wetgever, maar is dat wel echt zo? De verwachtingen zijn heel anders.

Nieuw ontslagrecht

Op 1 juli 2015 treden de belangrijkste wijzigingen uit de Wet werk en zekerheid (WWZ) in werking en gaat het ontslagrecht op de schop. Mijn hoop is dat de genoemde beloftes ook daadwerkelijk realiteit zullen worden en dat een werkgever een ontslagzaak eenvoudiger, sneller en goedkoper kan afhandelen. Op diverse punten valt echter een kritische noot te plaatsen, zoals ik ook al eerder aangaf in mijn blogs over de WWZ.

Eenvoudiger?

Wat eenvoudiger wordt, is dat na 1 juli 2015 de ontslagroute – opzegging na toestemming UWV of ontbinding door de kantonrechter – wettelijk is bepaald. Dat maakt het ontslagrecht eerlijker. Of het ontslag hiermee voortaan eenvoudiger wordt, is zeer de vraag met de eisen die na 1 juli aan ontslag worden gesteld. Zo moet de werkgever niet alleen een redelijke grond hebben voor ontslag, maar ook aannemelijk maken dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, niet mogelijk is. Ook krijgen de werknemer en werkgever allerlei mogelijkheden rondom ontslag, zoals de mogelijkheid om in hoger beroep en cassatie te gaan na de uitspraak van het UWV of de kantonrechter en de mogelijkheid om binnen 14 dagen na het onderteken van een beëindigingsovereenkomst daarop terug te komen.

Sneller?

Indien het UWV toestemming geeft of de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, kan de werknemer onder het huidige ontslagrecht deze beslissing niet aanvechten. De WWZ introduceert de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie, waardoor elke ontslagzaak voortaan maanden tot jaren kan duren, waarbij de uitkomst kan zijn dat een geëindigde arbeidsovereenkomst maanden later weer moet worden hersteld. Daarnaast geldt dat het gewone bewijsrecht voortaan in ontslagzaken een rol kan gaan spelen. Denk bijvoorbeeld aan bewijsopdrachten of getuigenverhoren. Ook dit kan een ontslagdossier vertragen. Het is niet ondenkbaar dat een ontslagdossier vanaf 1 juli 2015 lang zal duren, een lange nasleep zal kennen en tot veel onzekerheid zal leiden.

Goedkoper?

De nu nog geldende kantonrechtersformule komt te vervallen. Per 1 juli 2015 geldt de wettelijke transitievergoeding voor – kort samengevat – elke beëindiging van een arbeidsovereenkomst die twee jaar of langer heeft geduurd. De transitievergoeding bedraagt 1/3e maandsalaris per jaar voor de eerste 10 jaar dienstverband, daarna bedraagt deze 1/2e maandsalaris. De vergoeding is gemaximeerd op € 75.000,- of een jaarsalaris indien dat bedrag hoger is. De transitievergoeding kan dus zeker lager uitvallen dan de kantonrechtersformule. Echter, de transitievergoeding moet ook worden betaald in situaties waarin nu vaak geen vergoeding werd betaald. Denk aan een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die na twee jaar niet wordt verlengd of ontslag na twee jaar ziekte. Werkgevers zullen ook deze kosten moeten incalculeren.

Toch een opsteker?

Dus in 2015 wordt het ontslag eenvoudiger, sneller, eerlijker en voor de werkgever minder kostbaar? Ik wil de wetgever graag geloven, maar naar mijn idee wordt 2015 het jaar waarin het ontslagrecht wijzigt, waardoor ontslag moeilijker, het ontslagsysteem ingewikkelder en een procedure voor partijen onzekerder wordt. Mogelijk wordt ontslag wel goedkoper. Laat dat dan de opsteker zijn voor 2015.

Dit artikel is ook als blog verschenen op MT.nl op 9 februari 2015.

Auteur(s)

  • Eva KnipschildEva Knipschild