Wetsvoorstel ‘versterking positie uitzendkrachten’

Een wetsvoorstel is nodig om de doelstellingen neergelegd in Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid (hierna ‘de Uitzendrichtlijn’) om te zetten in Nederlandse wetgeving.

De Uitzendrichtlijn

De Uitzendrichtlijn strekt er toe gelijke behandeling van uitzendkrachten te waarborgen en de kwaliteit van het uitzendwerk te verbeteren. De kern van de Uitzendrichtlijn is artikel 5. Dit artikel bepaalt dat de essentiële arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten voor de duur van hun opdracht bij de inlenende onderneming dezelfde dienen te zijn als die welke voor hen zouden gelden als zij rechtstreeks door de inlenende onderneming in dezelfde functie in dienst zouden zijn genomen. Voorts moeten de in de inlenende onderneming geldende regels in acht worden genomen betreffende:

  • de bescherming van zwangere vrouwen en zogende moeders en van kinderen en jongeren;
  • de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en maatregelen ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of ethische afstamming, godsienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.

Om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van de Uitzendrichtlijn is wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door Intermediairs (hierna ‘de WAADI’) en de Wet op de Ondernemingsraden (hierna ‘de WOR’) noodzakelijk.

Wijziging van de WAADI

In de bestaande tekst van artikel 8 WAADI is de zogenaamde loonverhoudingsnorm vastgelegd. Deze norm regelt de verhouding tussen de lonen van de ingeleende arbeidskrachten en de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van de inlenende onderneming die vergelijkbaar werk verrichten. De loonverhoudingsnorm ziet alleen op loon en overige vergoedingen en richt zich er (vooral) op dat voorkomen wordt dat aan uitzendkrachten lagere lonen worden betaald dan aan werknemers in vaste dienst waardoor werknemers in vaste dienst van de inlenende onderneming vervangen worden door uitzendkrachten. Uitzendkrachten hadden dus op grond van artikel 8 WAADI al recht op loon en overige vergoedingen overeenkomstig het loon en de overige vergoedingen die worden betaald aan de werknemers die werkzaam zijn in gelijke of gelijkwaardige functies in de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt. Nieuw is echter de uitbreiding van de gelijke behandeling naar arbeidsvoorwaarden met betrekking tot de duur van de vakantie, het al dan niet werken op feestdagen, de te werken tijd, de in acht te nemen rusttijden, het wel of niet verrichten van nachtarbeid (en zo ja, de beperkingen die daarvoor gelden), de in acht te nemen pauzes en het al dan niet hoeven draaien van overuren (en zo ja, de hoeveelheid overuren). Voorts worden de beschermende bepalingen zoals die nu gelden voor zwangere en borstvoeding gevende werknemers, kinderen en jeugdige werknemers en maatregelen ter bevordering van gelijke behandeling van mannen en vrouwen en maatregelen ter voorkoming van discriminatie nu ook van toepassing op in die onderneming ter beschikking gestelde werknemers.

Een nieuw toe te voegen artikel 8a geeft invulling aan de verplichting uit de Uitzendrichtlijn dat uitzendkrachten in de inlenende onderneming toegang moeten hebben tot bedrijfsvoorzieningen of diensten, met name bedrijfskantines, kinderopvang- en vervoersfaciliteiten onder dezelfde voorwaarden als werknemers die rechtstreeks bij deze onderneming in dienst zijn.

In het nieuw op te nemen artikel 8b wordt de verplichting voor de inlenende onderneming neergelegd om de bij hem ter beschikking gestelde uitzendkrachten duidelijk en tijdig in te lichten over de vacatures in zijn onderneming opdat uitzendkrachten dezelfde kansen hebben op een vaste baan als de werknemers werkzaam in de inlenende onderneming. Informatie over vacatures kan worden verstrekt door middel van een algemene aankondiging op een geschikte plaats in de inlenende onderneming (bijvoorbeeld het intranet).

Ten slotte krijgt het in juli 1998 afgeschafte ‘belemmeringsverbod’ weer een wettelijke basis. Het in het nieuwe artikel 9a neergelegde directe en indirecte belemmeringsverbod houdt in dat het uitzendbureau de uitzendkracht geen belemmeringen in de weg mag leggen voor het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de inlenende onderneming na afloop van de ter beschikking stelling. Een beding met een dergelijke strekking is nietig.

Wijziging WOR

Aan artikel 31b van de WOR wordt een derde lid toegevoegd. Op grond van dit nieuwe derde lid dient de ondernemer ten behoeve van de algemene zaken van de onderneming ten minste één maal per jaar aan de Ondernemingsraad schriftelijke algemene gegevens te verstrekken inzake de op grond van een uitzendovereenkomst in de onderneming werkzame personen. De ondernemer dient daarbij aan te geven welke ontwikkelingen verwacht worden ten aanzien van het aantal personen dat in het komende jaar op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam zal zijn.

Tips

Het is nog niet bekend wanneer het wetsvoorstel in werking zal treden. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer en is het nog even afwachten. Aangezien het om implementatie van een EU Richtlijn gaat, ligt het in de lijn der verwachting dat het wetsvoorstel ook daadwerkelijk zal worden aangenomen.

Auteur(s)

  • Diane DonathDiane Donath