Wet normalisering rechtspositie ambtenaren aangenomen door de Eerste Kamer | Kennedy Van der Laan

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren aangenomen door de Eerste Kamer

Op 8 november 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Kort gezegd houdt het wetsvoorstel in dat onder de nieuwe wet ambtenaren een arbeidsovereenkomst krijgen in plaats van een publiekrechtelijke aanstelling. In de huidige situatie vallen ambtenaren onder rechtspositieregelingen. Cao’s zullen in de plaats komen van deze regelingen. Je vindt hieronder waarom deze wijziging noodzakelijk wordt geacht, wat er gaat veranderen, voor wie er iets gaat veranderen en wanneer de wijziging in werking zal treden.

Waarom?

Het valt niet langer te verdedigen dat ambtenaren en werknemers verschillend worden behandelend, aldus de initiatiefnemers van het wetsvoorstel en nu dus ook de meerderheid van de Eerste en Tweede Kamer. De bijzondere rechtspositie van ambtenaren past niet meer in de huidige tijd. Bovendien was het een afspraak uit het regeerakkoord om het ontslagrecht van ambtenaren in overeenstemming te brengen met het ontslagrecht van werknemers buiten de overheid.

Daarnaast is het zo dat in het private arbeidsrecht de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer een tweezijdige overeenkomst is. Dit is een beter uitgangspunt voor vertrouwen en gelijkwaardigheid tussen werkgever en werknemer dan de meer afhankelijke situatie bij de nu eenzijdige ambtelijke aanstelling.

Ook hoeft er minder te worden geregeld na de wijzigingen. Immers, afspraken met vakbonden over arbeidsvoorwaarden krijgen in de nieuwe situatie directe werking in plaats van dat deze eerst moeten worden omgezet in rechtspositieregelingen.

Wat?

Wat gaat er nu eigenlijk veranderen? In ieder geval krijgen ambtenaren een tweezijdige, privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst, net zoals in het bedrijfsleven. Ze hebben daardoor dus niet langer een eenzijdige publiekrechtelijke aanstelling. De arbeidsvoorwaarden zullen worden vastgelegd in cao’s en in de individuele arbeidsovereenkomsten. Een ambtenaar blijft wel ambtenaar, deze specifieke status verdwijnt niet. Specifieke regels voor ambtenaren zullen daarom blijven bestaan, zoals de geheimhoudingsplicht, het afleggen van de eed en belofte, het verbod om giften aan te nemen en de plicht om andere functies te melden.

De wijziging brengt ook met zich mee dat het privaatrechtelijke ontslagrecht voor ambtenaren gaat gelden. De overheidswerkgever zal – net als nu het geval is – een goede (“redelijke”) grond moeten hebben voor ontslag en naar het UWV of de kantonrechter moeten gaan om de arbeidsovereenkomst te kunnen beëindigen. Een procedurele wijziging is dat een ambtenaar bij een conflict niet langer in bezwaar zal hoeven gaan bij de eigen overheidswerkgever, maar naar de civiele kantonrechter zal moeten stappen.

Wie?

De nieuwe wet gaat gelden voor bijna alle huidige ambtenaren. Een aantal groepen gaat niet onder de nieuwe wet vallen, zij houden hun publiekrechtelijke aanstelling. Dit zijn onder andere:

  • Alle politieambtenaren;
  • Alle defensieambtenaren;
  • De rechterlijke macht: rechters, officieren van justitie en procureurs-generaal;
  • Politieke ambtsdragers: Kamerleden, ministers, burgemeesters, wethouders et cetera.

Wanneer?

Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe wet in werking zal treden omdat er nog veel moet gebeuren. Hierbij kan worden gedacht aan het aanpassen van een groot aantal wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en decentrale verordeningen. Ook zal enige tijd nodig zijn om nieuwe cao’s af te sluiten met de werknemersvertegenwoordiging en alle overheidswerknemers goed te informeren. De verwachting is dat dit hele proces zo’n tweeënhalf tot drie jaar in beslag zal nemen.

Auteur(s)

  • Iris OmloIris Omlo