Wet Huis voor klokkenluiders aangenomen door de Eerste Kamer

Op 1 maart 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel ‘Huis voor klokkenluiders’. Deze wet geeft vorm aan een ‘Huis’ waarbij werknemers misstanden kunnen melden. De nieuwe wet kent een ruim werknemersbegrip. Onder het begrip werknemer valt ook de ambtenaar of degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht zoals de zzp’er, stagiair of vrijwilliger. Op de werkgever komen verschillende nieuwe verplichtingen te rusten in het kader van de Wet Huis voor klokkenluiders.

Het Huis

De nieuwe wet regelt dat er een ‘Huis voor klokkenluiders’ wordt opgericht. Het Huis kan een onderzoek instellen naar het vermoeden van een misstand. Daarnaast kan het Huis de werknemer van advies voorzien. Volgens de wetsgeschiedenis is er sprake van een misstand wanneer de misstand uitstijgt boven een individuele kwestie of een persoonlijk conflict. Vereist is dat sprake is van een patroon of structureel karakter, of van een zodanig ernstige of omvangrijke misstand dat daardoor het algemeen/maatschappelijk belang wordt geraakt. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van gevaar voor de volksgezondheid of gevaar voor de veiligheid voor personen. Naar aanleiding van een onderzoek naar een misstand stelt het Huis een rapport op. Dit rapport kan aanbevelingen bevatten voor de werkgever.

Het Huis heeft tevens een belangrijke doorverwijsfunctie. Het Huis zal geen onderzoek doen wanneer de misstand bij een andere bevoegde instantie kan worden gemeld.

Nieuwe verplichtingen voor de werkgever

Een werknemer moet een misstand eerst intern melden, voordat hij een melding kan maken bij het Huis. De werkgever, bij wie in de regel ten minste vijftig personen werkzaam zijn, moet een procedure vaststellen waarin wordt vastgelegd hoe wordt omgegaan met een interne melding. De werkgever moet één of meerdere functionarissen aanwijzen waar het vermoeden van een misstand kan worden gemeld. In de procedureregeling van de werkgever moet worden opgenomen dat de melding vertrouwelijk wordt behandeld, indien de werknemer daarom heeft verzocht.

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) wordt aangepast naar aanleiding van de Wet Huis voor klokkenluiders. In een nieuw sub m van art. 27 WOR wordt bepaald dat de OR een instemmingsrecht heeft inzake het voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een procedure voor het omgaan met het melden van een vermoeden van een misstand.

Rechtsbescherming

Het Burgerlijk Wetboek wordt aangepast zodat de werknemer, die een melding heeft gemaakt van het vermoeden van een misstand, wordt beschermd. Een nieuw art. 7:658c BW zal bepalen dat de werkgever de werknemer niet mag benadelen als gevolg van het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand tijdens en na de behandeling van deze melding bij de werkgever of de daartoe bevoegde instantie. Voor de toepassing van deze vorm van rechtsbescherming wordt aangesloten bij het werknemersbegrip uit het BW. De bescherming geldt daarom vooralsnog niet voor bijvoorbeeld stagiairs, vrijwilligers en zzp’ers.

Belang voor de praktijk

Concreet betekent de nieuwe wet dat de werkgever een aantal stappen moet zetten om zijn interne procedureregeling vast te stellen. Daarbij is van belang dat de OR een recht van instemming heeft met betrekking tot deze regeling. De wet treedt in werking op 1 juli 2016. Onze advocaten begeleiden u graag bij het opstellen van de interne regeling.

Auteur(s)

  • Marieke OpdamMarieke Opdam