Wanneer start de bedenktermijn als je een beëindiging bent overeengekomen?

Wil je geen gedoe over de bedenktermijn op een beëindigingsovereenkomst, zorg dan dat de werknemer daarvoor tekent.

Met de komst van de Wet Werk en Zekerheid is bij de beëindigingsovereenkomst de bedenktermijn geïntroduceerd. Een werknemer heeft het recht om deze overeenkomst te herroepen binnen 14 dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen. Heeft de werkgever dit recht niet vastgelegd in de overeenkomst, dan geldt een termijn van 3 weken.

Vanaf wanneer?

De vraag is nu: wanneer is de overeenkomst ‘tot stand gekomen’ en begint deze termijn te lopen? Is daarvoor de akkoordverklaring van de werknemer voldoende of moet de overeenkomst door de werknemer zijn ondertekend voordat deze termijn start?

Datum handtekening startdatum?

De Kantonrechter Rotterdam was de eerste die hierover moest oordelen. In deze zaak hadden de gemachtigden van de werkgever en de werknemer aan elkaar bevestigd dat overeenstemming over een beëindiging was bereikt, waarna de werknemer een dag later de beëindigingsovereenkomst ondertekende. De werknemer beriep zich vervolgens op de bedenktermijn. Of dat tijdig was hing af van wanneer deze was gestart: bij de overeenstemming door gemachtigden of door ondertekening van de werknemer?

Net als het concurrentiebeding

De kantonrechter legt de wet uit en oordeelt dat bij de woorden ‘tot stand is gekomen’ moet worden aangesloten bij het sluiten van een concurrentiebeding, omdat in de wetgeschiedenis van de Wwz daarnaar wordt verwezen. Voor de totstandkoming van een concurrentiebeding is een handtekening van de werknemer noodzakelijk, zo heeft de Hoge Raad bepaald. Kortom: de datum waarop de handtekening werd gezet onder de beëindigingsovereenkomst vormt de startdatum voor de bedenktermijn. Een duidelijk aantoonbaar en concreet moment, zodat iedereen weet waar hij aan toe is, aldus de kantonrechter.

Of toch de datum akkoordverklaring?

Enkele weken later kreeg de Kantonrechter Leiden een soortgelijke zaak voorgelegd. Wederom bevestigden gemachtigden aan elkaar dat overeenstemming was bereikt. De daadwerkelijke beëindigingsovereenkomst werd niet ondertekend. Wanneer start de bedenktermijn? Deze kantonrechter vindt dat de wet níet zo kan worden uitgelegd dat ondertekening noodzakelijk is. Dan had de wetgever dit wel duidelijker opgeschreven. Van belang is dat de werknemer de consequenties goed overziet.

Uitvoerig onderhandeld

Uit andere rechtspraak blijkt ook dat zelfs een akkoordverklaring per whatsapp of per e-mail voldoende is. Hier is uitvoerig onderhandeld over een beëindigingsovereenkomst, aldus de kantonrechter, zodat de afspraken voor de werknemer kenbaar en akkoord moeten worden geacht, ook al heeft hij de overeenkomst niet ondertekend. De akkoordverklaring door de gemachtigde was daarom voldoende en vormde de starttermijn voor de bedenktermijn van 14 dagen.

Wat nu?

Twee tegenstrijdige uitspraken over een belangrijk onderwerp geven onzekerheid. Hoe nu verder?

• Voor de inwerkingtreding van de Wwz op 1 juli 2015 was een bevestiging door gemachtigden voldoende voor het sluiten van een beëindigingsovereenkomst. Dat nu een handtekening noodzakelijk wordt, is onpraktisch. Het kost tijd en wordt als onnodig ervaren. De uitspraak van de Kantonrechter Leiden wordt vanuit de praktijk dan ook toegejuicht.

• Absolute zekerheid is er echter niet; het moment van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst is op dit moment veiliger en geeft deze zekerheid wel.

Wil je geen ruis op de lijn, ga dan vooralsnog voor de handtekening van de werknemer. Wordt vast en zeker vervolgd!

 

Dit artikel is ook als blog verschenen op Management Team (MT.nl) op 12 juli 2016.

Auteur(s)

  • Eva KnipschildEva Knipschild