Waarschuwing voor onbevoegd voeren titel bedrijfsarts en schending beroepsgeheim

Een arts die onbevoegd de titel van bedrijfsarts voert en – zonder daarvoor consequent toestemming te vragen aan de werknemer – spreekuurverslagen met te veel informatie op medisch gebied aan de werkgever zendt, krijgt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

Een medewerker meldde zich ziek bij zijn werkgever. Nadat de toenmalige werkzame arts hem weer belastbaar achtte voor werkzaamheden, heeft de medewerker een deskundigenoordeel aangevraagd. De arts (werkzaam voor de werkgever van de medewerker), heeft dit deskundigenoordeel met de medewerker besproken. Vastgesteld werd dat de medewerker aan het fenomeen van Reynaud leed. Daarna volgden er nog een aantal contactmomenten tussen de arts en de medewerker, waarna de medewerker formeel belastbaar werd geacht voor aangepaste werkzaamheden op een andere afdeling. De medewerker ging re-integreren, maar vrij snel meldde hij zich wederom ziek. Daarna zijn er opnieuw meerdere contactmomenten geweest tussen de medewerker en de arts.

Een jaar later dient de medewerker een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege te Eindhoven. Hij verweet de arts:

  • dat hij zich als bedrijfsarts heeft uitgegeven zonder dat te zijn;
  • dat hij de medewerker werkzaamheden liet verrichten tegen het advies van de deskundige in, waardoor de medewerker lichamelijk en psychisch letsel heeft opgelopen;
  • en dat de arts zijn beroepsgeheim heeft geschonden door zonder toestemming medische gegevens over de medewerker aan de werkgever te verschaffen.

Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond en klachtonderdeel 3 gegrond en heeft de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd.

Wat mag een bedrijfsarts delen?
Volgens het Regionaal Tuchtcollege dienen verslagen aan de werkgever een korte mededeling te zijn, met enkel conclusies ten aanzien van de arbeids(on)geschiktheid en adviezen. De aan de werkgever verzonden spreekuurverslagen waren zeer uitgebreid en bevatten veel (te veel) informatie op medisch gebied. Zo staat er een diagnose in het spreekuurverslag en wordt melding gemaakt van psychologische begeleiding van de medewerker. Dit zijn gegevens die niet vermeld behoren te worden in het spreekuurverslag voor de werkgever. Bovendien kon uit de verslagen niet worden opgemaakt dat de arts hiervoor consequent toestemming heeft gevraagd aan de medewerker of dat deze daarop steeds instemmend heeft geantwoord. Het college oordeelde vervolgens dat, nu een spreekuurverslag de werkgever slechts handvatten dient te bieden om een werknemer te (her)plaatsen in de eigen of aangepaste arbeid, de arts in strijd heeft gehandeld met de zorg die de arts in zijn hoedanigheid van sociaal geneeskundige behoort te betrachten.

De medewerker is tegen de eerste twee ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep gekomen.

In beroep heeft het Centraal Tuchtcollege klachtonderdeel 1 alsnog gegrond verklaard. Uit door de medewerker in het geding gebrachte producties blijkt dat de arts zichzelf met de titel bedrijfsarts heeft aangeduid, terwijl hij als arts staat ingeschreven in het BIG-register zonder specialisatie van bedrijfsarts. In de Wet BIG is bepaald dat het recht om een specialistentitel te voeren voorbehouden is aan degenen die zijn ingeschreven in het betreffende erkende specialistenregister. In artikel 17 lid 2 Wet BIG is bepaald dat het degene aan wie het recht tot het voeren van een krachtens de Wet BIG erkende specialistentitel niet toekomt, verboden is deze titel of een daarop gelijkende benaming te voeren. De arts heeft meerdere malen de titel bedrijfsarts gebruikt, terwijl hij daartoe niet bevoegd was. Dit is onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het beroep tegen klachtonderdeel 2 wordt ook door het Centraal Tuchtcollege ongegrond verklaard. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd.

Werkgevers let op:
Het is aan te raden om bij het ontvangen van (te) veel medische informatie over een arbeidsongeschikte werknemer van de (bedrijfs-)arts, te verifiëren of hiervoor wel steeds toestemming van de werknemer is verkregen. Als de werknemer deze toestemming niet heeft gegeven, mag de werkgever hier in principe ook geen kennis van nemen. Het is daarom belangrijk om goed met de (bedrijfs-)arts af te stemmen welke informatie aan de werkgever wordt doorgestuurd. Ook is van belang om – als de werkgever een arts, niet zijnde bedrijfsarts – de controle op de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer laat uitvoeren, erop toe te zien dat de term bedrijfsarts door de werkgever zelf noch door de arts wordt gebezigd.

Auteur(s)

  • Suzan van der MeerSuzan van der Meer