Voorgestelde wetswijziging Wet melding collectief ontslag

Een bespreking van het wetsvoorstel inhoudende de wijziging van de Wet melding collectief ontslag in verband met de uitbreiding van de reikwijdte en ter bevordering van de naleving van deze wet

Huidige stand van zaken

Op grond van de Wet melding collectief ontslag (WMCO) dient een werkgever bij een voorgenomen ontslag van 20 of meer werknemers – binnen een tijdsbestek van drie maanden – via het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) WERKbedrijf of de kantonrechter, hiervan melding te doen aan de belanghebbende vakbonden en het bevoegd gezag, het UWV WERKbedrijf. Melding hoeft niet plaats te vinden in het geval de werkgever tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten wil overgaan door middel van een beëindiging met wederzijds goedvinden. Voor de verwezenlijking van de doelstelling van de WMCO werd dit destijds niet nodig geacht, omdat ontslag met wederzijds goedvinden nauwelijks voorkwam.

Verder geldt momenteel dat het UWV WERKbedrijf een ontslagaanvraag in het geval van een collectief ontslag niet eerder in behandeling mag nemen dan een maand nadat dat voornemen is gemeld aan de betrokken vakbonden en het UWV WERKbedrijf. Dit voorschrift geldt nu alleen voor de UWV procedure.

Tot slot is het op basis van het huidige artikel 6 WMCO mogelijk dat het UWV de ontslagaanvragen in behandeling neemt, wanneer de werknemersverenigingen weliswaar een uitnodiging tot overleg hebben ontvangen, maar nooit zijn geraadpleegd. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, zal hier verandering in komen.

De voorgestelde wijziging

Het wetsvoorstel beoogt de WMCO zodanig aan te passen dat de vraag of een melding moet plaatsvinden, los zal komen te staan van de ontslagroute (UWV, kantonrechter of beëindiging met wederzijds goedvinden) die de werkgever wil gaan volgen. Een beëindiging met wederzijds goedvinden zal op basis van de aangepaste WMCO dus ook onder het begrip ontslag gaan vallen. De belangrijkste reden hiervoor is dat het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden steeds vaker voorkomt.

Verder wordt geregeld dat de regel dat een werkgever de arbeidsovereenkomst niet eerder kan opzeggen dan een maand nadat aan de verplichting tot het melden van een dergelijk voornemen is voldaan, nu ook geldt voor de ontbindingsprocedure en de beëindiging met wederzijds goedvinden.

Ten slotte regelt het wetsvoorstel dat verzoeken om toestemming door het UWV WERKbedrijf pas in behandeling worden genomen als de voorgeschreven raadpleging met de belanghebbende verenigingen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, tenzij die verenigingen expliciet en schriftelijk te kennen geven dat zij afzien van het recht om geraadpleegd te worden.

Door de voorgestelde wijziging blijft het doel van de WMCO gewaarborgd, namelijk tijdige inschakeling van de belanghebbende verenigingen van werknemers bij een voorgenomen collectief ontslag, teneinde met hen in overleg te treden over een dergelijk voornemen en de gevolgen daarvan voor werknemers. Dit betekent in concreto dat de voorgestelde wijziging tot gevolg heeft dat een werkgever verplicht is om een voorgenomen collectief ontslag in de zin van WMCO te melden bij de belanghebbende verenigingen, ongeacht de gekozen ontslagroute.

Sanctie op niet naleven

Om te bewerkstelligen dat de voorgestelde wetswijziging ook daadwerkelijk wordt nageleefd, voorziet het wetsvoorstel erin dat de opzegging of de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst vernietigbaar is als niet voldaan is aan de verplichtingen die volgen uit de WMCO.

Voorts voorziet het wetsvoorstel erin dat als een werkgever een verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter indient als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wegens bedrijfseconomische redenen, deze hiertoe in beginsel alleen kan overgaan als hij zich ervan heeft vergewist of de WMCO van toepassing is en zo ja, of aan de verplichtingen die uit deze wet volgen is voldaan. Hierbij geldt een uitzondering voor de situatie waarin het nakomen van verplichtingen die gelden op grond van de WMCO, de herplaatsing van de met ontslag bedreigde werknemers of de werkgelegenheid van de overige werknemers in de betrokken onderneming in gevaar zou brengen.

Het is nog niet bekend wanneer het wetsvoorstel in werking zal treden. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer en is het nog even afwachten. Aangezien het primair om reparatiewetgeving gaat, ligt echter in de lijn der verwachting dat het wetsvoorstel ook daadwerkelijk zal worden aangenomen.

Auteur(s)

  • Thijs RidderThijs Ridder