Volledige loonstop bij weigeren passende arbeid te verrichten

Hoge Raad, 6 juni 2014, ECLI:NL:HR2014:1341

Weigert uw werknemer passende arbeid te verrichten? Als werkgever mag u in de meeste gevallen het loon volledig stopzetten.

Het uitgangspunt is dat de werknemer, voor een tijdvak van 104 weken van zijn arbeidsongeschiktheid, recht heeft op tenminste 70% loondoorbetaling op grond van artikel 7:629 lid 1 BW . Echter, er zijn uitzonderingen op deze hoofdregel. De werknemer heeft dit recht bijvoorbeeld niet voor de tijd gedurende welke de werknemer, zonder deugdelijke grond, weigert passende arbeid te verrichten hoewel hij wordt geacht daartoe in staat te zijn. Dit is geregeld in artikel 7:629 lid 3 sub c BW. In de praktijk is de vraag gerezen of onder de woorden “voor de tijd, gedurende welke” moet worden verstaan 1) de periode waarin de werknemer weigert passende arbeid te verrichten of 2) een aanduiding van de tijdseenheden gedurende welke de werknemer, hoewel daartoe in staat, niet heeft gewerkt. De eerstgenoemde uitleg leidt tot volledige loonstopzetting. Bij de tweede uitleg behoudt de werknemer zijn recht op dat loon voor zover hij (nog) arbeidsongeschikt is.

Rechtbank Utrecht

In december 2013 deed zich deze situatie voor bij de kantonrechter Utrecht. De arbeidsongeschikte werknemer werkte op enig moment niet meer mee aan de re-integratie waardoor de werkgever het loon volledig stopzette. De werknemer stelde vervolgens een loonvordering in en stelde zich op het standpunt dat de werkgever gehouden was het loon door te betalen over het deel van de werktijd waarvoor hij nog arbeidsongeschikt was. Immers, voor dat deel kan hij niet re-integreren en was er dus ook geen sprake van niet meewerken. Gezien de tegenstrijdigheid in de jurisprudentie omtrent de uitleg van art. 7:629 lid 3 sub c BW heeft de kantonrechter Utrecht in zijn tussenvonnis van 18 december 2013 de Hoge Raad hierover een prejudiciële vraag gesteld. De prejudiciële vraag hield in dat de kantonrechter wenste te vernemen of artikel 7:629 lid 3 sub c BW meebrengt dat in de daar geschetste situatie de aanspraak op loon geheel komt te vervallen.

Hoge Raad

Op 6 juni 2014 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de prejudiciële vraag. Bij de beoordeling van de vraag is van belang dat ook in lid 3 van artikel 7:629 BW, onder b en d tot en met f, de woorden “voor de tijd, gedurende welke” worden gebruikt. Gelet op de aard van de daarin genoemde gedragingen, kan aan deze woorden in de daar bedoelde gevallen slechts de betekenis toekomen van ‘de periode waarin’ de werknemer het desbetreffende gedrag vertoont. De Hoge Raad is dus duidelijk in haar antwoord: indien de werknemer zonder deugdelijke grond weigert passende arbeid te verrichten hoewel hij wordt geacht daartoe in staat te zijn, komt de loonaanspraak geheel te vervallen. Ook over het deel van de werktijd waarvoor de werknemer arbeidsongeschikt is. De Hoge Raad oordeelt dat de loonsanctie is bedoeld om de werknemer te stimuleren zijn herstel en re-integratie te bevorderen. Deze sanctie moet voldoende afschrikwekkend zijn om te waarborgen dat de werknemer zijn eigen re-integratie serieus oppakt. Echter, er zijn gevallen denkbaar waarin een volledige loonstopzetting onredelijk is. De werkgever kan de volledige loonstop dan ook niet toepassen indien dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Tip

  • De Hoge Raad heeft eindelijk duidelijkheid gegeven: weigert de werknemer passende arbeid te verrichten zonder deugdelijke grond hoewel hij wordt geacht daartoe in staat te zijn, mag de werkgever het loon volledig stopzetten.
  • Echter, zoals de Hoge Raad ook oordeelt, is volledige loonstopzetting erg verstrekkend en kan het in sommige gevallen onredelijk zijn. In die gevallen verdient het aanbeveling om alleen het loon stop te zetten over de uren waartoe de werknemer in staat werd geacht passend werk te verrichten. Bij voortdurende weigering te re-integreren kan opnieuw bekeken worden of het redelijk is om het volledige loon stop te zetten.

Auteur(s)

  • Joëlle BouletJoëlle Boulet