Verdubbeling opzegtermijn werkgever

Gerechtshof Den Bosch, 4 maart 2012, LJN: BW1040

Wettelijke regels opzegtermijn

Op grond van artikel 7:672 BW bedraagt de wettelijke opzegtermijn voor de werkgever 1 maand bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging korter dan 5 jaar heeft geduurd, 2 maanden bij een duur van 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij een duur van 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij een duur van 15 jaar of langer. De opzegtermijn voor werknemer bedraagt in beginsel 1 maand. Partijen kunnen schriftelijk overeenkomen dat voor de werkgever een langere opzegtermijn geldt. De opzegtermijn van werknemer kan schriftelijk zowel worden verlengd als verkort. Op grond van artikel 7:672 lid 6 BW mag de termijn van opzegging voor werknemer bij verlenging echter niet langer zijn dan 6 maanden en de opzegtermijn van de werkgever mag in dat geval niet korter zijn dan het dubbele van de opzegtermijn van werknemer. Ter illustratie: partijen mogen alleen een opzegtermijn van bijvoorbeeld drie maanden voor de werknemer overeenkomen indien dan voor de werkgever een opzegtermijn van zes maanden wordt overeengekomen.

Over de vraag wat de consequentie is van het overeenkomen van een opzegtermijn van twee maanden voor beide partijen, oordeelde onlangs het Gerechtshof Den Bosch (hierna “het Hof”).

Feiten

De werknemer is in dienst getreden bij werkgever voor de duur van een jaar tot 12 januari 2009. In de arbeidsovereenkomst stond dat bij tussentijdse opzegging de opzegtermijn voor beide partijen twee maanden bedroeg. De arbeidsovereenkomst is door de werkgever tussentijds beëindigd per 1 augustus 2009 met inachtneming van de contractuele opzegtermijn van twee maanden. Werknemer stelt dat deze bepaling in strijd is met artikel 7:672 lid 6 BW omdat voor de werknemer een opzegtermijn van meer dan een maand is overeengekomen terwijl de overeengekomen opzegtermijn voor de werkgever niet minstens het dubbele bedraagt. Werknemer neemt daarom het standpunt in dat de contractuele opzegtermijn voor de werkgever van twee maanden moet worden omgezet in een opzegtermijn van vier maanden.

Geen verdubbeling opzegtermijn

Nadat de kantonrechter deze vordering had afgewezen, overwoog het Hof in hoger beroep dat de bepaling over de opzegtermijn weliswaar in strijd is met artikel 7:672 lid 6 BW, maar dat het gevolg hiervan is dat de werknemer zijn opzegtermijn van twee maanden kan vernietigen zodat hij slechts een maand opzegtermijn in acht zou hoeven nemen. Het beroep op de vernietigbaarheid leidt er volgens het Hof echter niet toe dat de opzegtermijn van de werkgever van rechtswege verdubbeld wordt.

Tips

  • Over deze kwestie wordt in de jurisprudentie nog wel verschillend gedacht. Bovendien had de uitkomst van bovengenoemde zaak anders kunnen zijn als alleen in het contract was opgenomen dat de opzegtermijn van de werknemer twee maanden bedroeg en niks was gezegd over de opzegtermijn van de werkgever. Het is goed mogelijk dat het Hof in dat geval een opzegtermijn van vier maanden voor de werkgever zou hebben aangenomen.
  • Een opzegtermijn voor de werknemer van langer dan een maand kan alleen worden overeengekomen indien voor de werkgever een opzegtermijn wordt overeengekomen die ten minste het dubbele van de opzegtermijn van werknemer bedraagt.

Auteur(s)

  • Thijs RidderThijs Ridder