Verbod tot nevenwerkzaamheden op grond van goed werknemerschap

Indien een werkgever geen nevenwerkzaamhedenbeding is overeengekomen met de werknemer, kan hij dan toch de werknemer verbieden concurrerende nevenwerkzaamheden te verrichten op grond van het beginsel van goed werknemerschap? Deze vraag was aan de orde in het arrest van het Hof Leeuwarden van 8 oktober 2013.

In het arrest ging het om een werknemer, sinds 10 april 1977 in dienst bij de werkgever, een installatiebedrijf. Tot 2010 gedoogde de werkgever dat zijn medewerkers ‘zwart bijklusten’ met materialen van de werkgever. In augustus 2010 heeft de werkgever dit verboden en de werknemers bericht dat zij, voor privé-gebruik en met korting, materialen konden bestellen bij een derde. De werknemer begint een klusbedrijf en laat dit bedrijf registreren bij de KvK. De werkgever eist dat de werknemer zijn nevenwerkzaamheden staakt.

Het hof oordeelt dat het een werknemer in beginsel is toegestaan nevenwerkzaamheden te verrichten indien hem dat niet contractueel verboden is. Dit is anders indien de werknemer de grenzen van goed werknemerschap overschrijdt, zoals indien de werkzaamheden het functioneren als werknemer negatief beïnvloeden of wanneer deze de werkgever hinderen in zijn bedrijfsvoering, bijvoorbeeld doordat hem concurrentie wordt aangedaan. Het goed werknemerschap is in het geding indien de werknemer concurrerende activiteiten verricht, waaronder niet alleen wordt verstaan de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden, maar alle gelijksoortige werkzaamheden bij de werkgever. Hier geldt voorts dat de werknemer de materialen gebruikt van de werkgever, terwijl hem te kennen was gegeven dat dit niet meer mocht. Het gaat hier niet om een eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst, aldus het hof, maar om een legitieme aanscherping van het bedrijfsbeleid. Dat een werkgever zich neerlegt bij het feit dat werknemers incidenteel ‘zwart bijklussen’ wil nog niet zeggen dat hij ook moet dulden dat zij hem op substantiële wijze en in een bedrijfsmatige setting concurrentie aandoen. Het hof wees de vordering van de werkgever dan ook toe.

Conclusies uit dit arrest en tips voor de praktijk:

  • het beginsel van goed werknemerschap kan als basis gelden voor een verbod op nevenwerkzaamheden. Een nevenwerkzaamhedenbeding blijft echter raadzaam;
  • het aanscherpen van bedrijfsbeleid mag eenzijdig. Het is verstandig dit duidelijk te communiceren naar de werknemers;
  • beleid moet consequent worden uitgevoerd, maar het hebben van een gedoogbeleid hoeft niet in de weg te staan aan sancties jegens een concurrerende werknemer.

Auteur(s)

  • Eva KnipschildEva Knipschild