Vaststelling Businessplan is een voorgenomen besluit en geen beleidsvoornemen. OR ten onrechte gepasseerd

Gerechtshof Amsterdam (OK), 30 mei 2012, LJN: WW7420

Het adviesrecht van artikel 25 WOR ziet op belangrijke beslissingen van financieel economische en bedrijfsorganisatorische aard. Op grond van artikel 25 WOR dient er sprake te zijn van een voorgenomen besluit, hetgeen duidt op een zekere concreetheid. Bij een voornemen om een bepaald beleid te gaan voeren is de besluitvorming meestal nog niet voldoende geconcretiseerd om van een voorgenomen besluit in de zin van artikel 25 WOR te mogen spreken. Belangrijk uitgangspunt is echter dat het advies ook op een zodanig moment moet worden gevraagd dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. In de onderhavige zaak ging het om de ondernemingsraad (hierna: OR) van een symfonisch orkest te Eindhoven. De ondernemer was van mening dat vaststelling van het Businessplan een beleidsvoornemen betrof waarop het adviesrecht van de OR niet van toepassing is.

Feiten

De ondernemer is een symfonisch orkest te Eindhoven. De financiering van het orkest is in overgrote mate afhankelijk van subsidies van het Rijk en de provincie. In de nieuwe regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn nieuwe criteria vastgesteld om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de periode 2013-2016. De ondernemer heeft naar aanleiding daarvan een Businessplan opgesteld. In dit Businessplan ligt de keuze verankerd om een fusie aan te gaan met een symfonisch orkest uit Limburg. Na de fusie zal het orkest uit Eindhoven samen met het orkest uit Limburg als een nieuwe organisatie verder gaan. Andere, hieraan gerelateerde wijzigingen uit het Businessplan zien onder meer op een nieuw governance model. Het Businessplan is niet ter advies aan de OR overgelegd. De OR stelt beroep in bij de Ondernemingskamer.

De Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer overweegt dat het de ondernemer niet kan volgen in zijn standpunt dat het Businessplan en de daarin verwoorde uitgangspunten als beleidvoornemens moeten worden gekwalificeerd en dat nog geen sprake is van een voorgenomen besluit. In het Businessplan staan gemaakte keuzes die een fundament leggen voor de toekomst van de ondernemer. Ook al is de realisatie van het Businessplan afhankelijk van de vraag of het verzoek om subsidie zal worden toegewezen, leidt dit er niet toe dat het Businessplan slechts het karakter draagt van een beleidsvoornemen. Integendeel, indien de subsidie wordt toegewezen staat de koers van de organisatie grotendeels vast. Daarmee is het station van een beleidsvoornemen gepasseerd en moet worden gesproken van een (voorgenomen) besluit. Dat het Businessplan nog nadere uitwerking zal behoeven en een bepaalde mate van onduidelijkheid in zich draagt maakt dit niet anders. De ondernemer heeft de OR ten onrechte geen advies gevraagd bij de totstandkoming van het Businessplan. Het verzoek van de OR wordt toegewezen.

Conclusie

Het vaststellen van een Businessplan kan leiden tot een adviesplichtig besluit in de zin van artikel 25 WOR. Het is daarbij goed om op te merken dat het ene Businessplan het andere Businessplan niet is. Of een Businessplan adviesplichtig is hangt af van de inhoud ervan en de omstandigheden waarbinnen het Businessplan wordt opgesteld. Van belang zal zijn of het Businessplan concrete gevolgen in het leven roept.