Update Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

In een eerder artikel wezen wij er al op dat de overgangsperiode en daarmee de handhaving op de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (“Wet DBA”) zal worden opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2018. De overgangsperiode zou aanvankelijk gelden tot 1 mei 2017. Hoewel het niet met zoveel woorden is gezegd, lijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage van Staatssecretaris Wiebes van Financiën van 20 april 2017 te kunnen worden afgeleid dat wederom een verlenging van de overgangsperiode te verwachten is.

Herijking wettelijke criteria

Met de opschorting werd met name beoogd het kabinet de ruimte te gegeven om de relevante criteria ‘gezagsverhouding’ en ‘vrije vervanging’ tegen het licht van de huidige praktijk te houden. Wiebes schreef op 7 december 2016 in een brief aan de Tweede Kamer dat deze twee begrippen wat hem betreft vanuit het arbeidsrecht herijkt dienen te worden in plaats van een eigen fiscale definitie te formuleren. Wiebes meldt nu dat hij ernaar streeft om voor het zomerreces helderheid te geven over het verdere traject en de gevolgen hiervan voor de opschorting van de handhaving. Opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten in ieder geval voldoende tijd krijgen om zich aan te passen. Een interdepartementale ambtelijke verkenning onder voorzitterschap van het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt momenteel aan het rapport van de verkenning van de genoemde herijking. Wiebes schat in dat het rapport op korte termijn aan de informateur zal worden aangeboden zodat dit in de onderhandelingen ten behoeve van de formatie kan worden gebruikt.

Kwaadwillenden

In de voortgangsrapportage wordt bevestigd dat de Wet DBA tegenover ‘kwaadwillenden’ daadwerkelijk wordt gehandhaafd. De Belastingdienst heeft inmiddels tien opdrachtgevers in het vizier. De definitie van ‘kwaadwillenden’ is inmiddels opgenomen in het Handboek loonheffingen 2017 en luidt als volgt: ‘U ben kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. Dus gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Denk aan situaties van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.’ Dit is een vrij ruim begrip en het is daarom ook onzeker wanneer een opdrachtgever als kwaadwillend kan worden gekwalificeerd.

Werkwijze aanpassen?

Ondanks het vermoeden dat de overgangsperiode nogmaals zal worden verlengd is het gelet op de ruime definitie van ‘kwaadwillenden’ raadzaam om afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer conform de modelovereenkomst vast te leggen en ook feitelijk naar deze afspraken te handelen. Het blijft overigens mogelijk om een opdrachtovereenkomst ter beoordeling aan de Belastingdienst voor te leggen.

Auteur(s)

  • Aniek HuigenAniek Huigen