Uitleg betekenis 26-wekentermijn bij verlenen ontslagvergunning door UWV Werkbedrijf

Gerechtshof Leeuwarden 13 april 2010, LJN BM8411

Wettelijk kader

In artikel 4:5 van het Ontslagbesluit is bepaald dat indien het UWV Werkbedrijf toestemming verleent voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen, hieraan de voorwaarde kan worden verbonden dat de werkgever binnen 26 weken na bekendmaking van de verleende toestemming geen werknemer in dienst zal nemen voor het verrichten van werkzaamheden van dezelfde aard, tenzij de werkgever de ontslagen werknemer in de gelegenheid heeft gesteld om zijn vroegere werkzaamheden op de bij de werkgever gebruikelijke voorwaarden te hervatten. Onder ‘in dienst nemen’ wordt in dit geval eveneens verstaan, de aanstelling van parttime werknemers of het inlenen van uitzendkrachten. Indien de werkgever niet aan deze voorwaarde voldoet wordt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geacht te zijn geschied zonder de toestemming van het UWV Werkbedrijf. Het gegeven ontslag is in dit geval vernietigbaar, wat tot gevolg kan hebben dat de werknemer met terugwerkende kracht in dienst is gebleven en aanspraak kan maken op loon vanaf de ontslagdatum.

Casus

Werkgever heeft een ontslagvergunning voor haar werknemer (hierna ‘Werknemer’) aangevraagd bij de CWI (inmiddels UWV Werkbedrijf) op grond van bedrijfseconomische redenen. De werkzaamheden van Werknemer bestonden uit het bedienen van de zogenaamde rollenstansmachine 2. Deze functie was niet onderling uitwisselbaar met het bedienen van de rollenstansmachine 1. Werkgever heeft bij de CWI aangevoerd dat voor de bediening van beide rollenstansmachines volstaan kon worden met één werknemer en dat Werknemer niet geschikt was voor het bedienen van beide machines. De CWI heeft geoordeeld dat de functie van Werknemer inderdaad niet onderling uitwisselbaar is met de functie van de werknemer die zowel rollenstansmachine 1 als 2 bedient. De CWI heeft de werkgever derhalve toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met Werknemer op te zeggen. Aan die toestemming is de voorwaarde (hierna wederindiensttredingsvoorwaarde’) verbonden dat de werkgever binnen 26 weken na de dag van bekendmaking ervan geen werknemer in dienst mag nemen voor het verrichten van het werk van Werknemer alvorens Werknemer in de gelegenheid is gesteld die werkzaamheden te hervatten. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst vervolgens opgezegd.

Werknemer heeft vervolgens per brief een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de opzegging. Werknemer stelde daartoe dat de werkgever binnen 26 weken na bekendmaking van de verlening van de ontslagvergunning, uitzendkrachten had ingeleend die werkzaamheden verrichtten welke vergelijkbaar zijn met zijn voormalige werkzaamheden. De kantonrechter te Groningen heeft deze vordering afgewezen. Werknemer is daarop in hoger beroep gegaan.

Gerechtshof Leeuwarden

Het Gerechtshof Leeuwarden (hierna ‘het Hof’) overwoog dat voor het antwoord op de vraag of werkgever de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft overtreden door de uitzendkrachten ook nog na het ontslag van Werknemer te laten werken, bepalend is of die uitzendkrachten ‘werkzaamheden van dezelfde aard’ verrichten als Werknemer. Naar het oordeel van het Hof is daarvan sprake wanneer een ander de oorspronkelijke functie van Werknemer vervult. Het is dus niet voldoende dat andere personen enkele taakonderdelen van de oorspronkelijke functie van Werknemer vervullen, maar hun functie moet onderling uitwisselbaar zijn met de oude functie van Werknemer. Het Hof oordeelt bovendien dat voor de vraag of de wederindiensttredingsvoorwaarde is overtreden, in het geheel niet van belang is of andere personen werkzaamheden uitvoeren die Werknemer óók zou kunnen verrichten. In de onderhavige zaak komt het Hof tot het oordeel dat Werknemer niet heeft aangetoond dat de kerntaak van Werknemer, het bedienen van de rollenstansmachine 2, is overgenomen door een uitzendkracht of een nieuw aangetrokken werknemer. Het Hof bekrachtigt derhalve het vonnis van de kantonrechter.

Tips:

  • Indien het UWV werkbedrijf een ontslagvergunning verleent onder de wederindienstredingsvoorwaarde, is het werkgever in beginsel niet toegestaan om binnen 26 weken iemand aan te nemen voor het verrichten van werkzaamheden van dezelfde aard. Dit geldt ook voor het inlenen van uitzendkrachten en het aanstellen van part-time werknemers.
  • Een werkgever mag wel enkele taken van de oude functie van de ontslagen werknemer door andere personen laten vervullen zolang de functie van die anderen niet onderling uitwisselbaar is met de oude functie van de ontslagen werknemer.
  • Onderling uitwisselbare functies zijn functies die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn. Het gaat hier puur om de uitwisselbaarheid van de functies en niet van de werknemers. De persoonlijke geschiktheid van een werknemer om de functie van een andere werknemer te doen, speelt hierbij geen rol.
  • Het in dienst houden door werkgever van uitzendkrachten of werknemers die werkzaamheden verrichten die de ontslagen werknemer gelet op zijn geschiktheid ook zou kunnen doen, is niet in strijd met de wederindiensttredingsvoorwaarde zolang de functies maar niet onderling uitwisselbaar zijn. Wel zou betoogd kunnen worden dat een werkgever zich niet als goed werkgever gedraagt door een op bedrijfseconomische gronden ontslagen werknemer, niet de functie van een uitzendkracht aan te bieden indien de ontslagen werknemer geschikt is om die functie te vervullen. Voorzichtigheid is dus desondanks geboden.

Auteur(s)

  • Thijs RidderThijs Ridder