Terugbetaling studiekosten?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2015, ECLI:NL:GHARL2015:6643

Een werkneemster begint kort na haar indiensttreding in 2010 met een opleiding. De werkgever sluit met haar een studiekostenbeding af. Hierin is bepaald dat als het dienstverband wordt beëindigd op het verzoek van de werkneemster, zij de studiekosten moet terugbetalen. Deze verplichting vervalt drie jaar na het behalen van de opleiding. Bovendien wordt per jaar eenderde deel kwijtgescholden.

In 2011 biedt de werkgever de werkneemster een contractverlenging aan, maar zij gaat daar niet op in. De werkgever stelt zich op het standpunt dat dit een beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werkneemster is en dat zij daarom de studiekosten moet terugbetalen.

Oordeel hof

Het hof overweegt dat een werkgever afspraken mag maken over het terugbetalen van de studiekosten, maar dit mag niet onbeperkt. Het hof kijkt zowel naar de bewoording van het studiekostenbeding, als naar de bedoeling van partijen. De werkneemster heeft de consequenties van de afspraak niet begrepen. Het was haar niet duidelijk dat er ook sprake was van beëindiging op haar verzoek als zij de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zou voortzetten. Het hof oordeelt dat de opvatting van de werkgever niet volgt uit de tekst van de bepaling, maar uit diens uitleg in de context van de studieovereenkomst. Deze uitleg is in het nadeel van de werkneemster en de onduidelijkheid moet voor risico van de werkgever komen. De werkneemster hoeft de studiekosten niet terug te betalen.

Commentaar

Uit deze uitspraak volgt dat het zeker mogelijk is om afspraken te maken over het terugbetalen van scholingskosten als een werknemer op eigen initiatief uit dienst treedt. Voor beide partijen moet dan wel duidelijk zijn in welke gevallen er sprake is van uitdiensttreding ‘op initiatief van de werknemer’. Onduidelijkheden over de uitleg kunnen voor risico van de werkgever komen. Dit heeft dan tot gevolg dat deze zijn wettelijke scholingsinvesteringen niet kan verhalen op de werknemer.

Sinds 1 juli 2015 moeten werkgevers werknemers in staat stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor het uitoefenen van de functie. Ook moeten zij worden geschoold met het oog op het voortzetten van de arbeidsovereenkomst als hun functie komt te vervallen of zij niet langer in staat zijn deze te vervullen. Daarnaast moet de werkgever bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst onderzoeken of herplaatsing in een andere passende functie mogelijk is. Scholing krijgt dus een steeds belangrijkere positie in het arbeidsrecht. Maar scholing kost natuurlijk wel geld. Als de werkgever door middel van cursussen of opleidingen investeert in zijn werknemers, kan hij daarbij afspreken dat de werknemer deze kosten (gedeeltelijk) moet terugbetalen als hij binnen een bepaalde tijd op eigen initiatief uit dienst treedt.

Dit artikel is ook verschenen in OR Informatie op 23 november 2015.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen