Sms- en WhatsApp-berichten vallen onder de Wob | Kennedy Van der Laan

Sms- en WhatsApp-berichten vallen onder de Wob

Bij uitspraak van 28 november 2017 heeft de rechtbank Midden-Nederland bepaald dat sms- en WhatsApp-berichten ook onder de Wob kunnen vallen. Dergelijke berichten moeten volgens de rechtbank worden aangemerkt als ‘document’ in de zin van artikel 1 lid 1 onder a Wob (‘een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat’).

Deze conclusie sluit aan bij de jurisprudentie waarin is geoordeeld dat ook e-mailberichten onder de reikwijdte van de Wob vallen (zie bijvoorbeeld AbRvS 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3321). Volgens de rechtbank zijn sms- en WhatsApp-berichten met e-mailberichten vergelijkbaar. De rechtbank volgt dan ook niet de stelling van het bestuursorgaan dat sms- en WhatsApp-communicatie als vervanging van het vroegere telefoonverkeer moet worden gezien en daarom niet gezien kan worden als functioneel equivalent van een papieren stuk. Dat dergelijke communicatie naar zijn aard een vluchtiger karakter heeft dan een notitie of een e-mail maakt dit niet anders. Ook de stelling van het bestuursorgaan dat een sms- of WhatsApp-bericht, anders dan een e-mailbericht, in een Word-document geknipt en geplakt moeten worden om er een document van te maken (r.o. 17), leidt niet tot een andere conclusie. Die stelling lijkt overigens niet juist, aangezien sms- en WhatsApp-berichten betrekkelijk eenvoudig naar een e-mail, PDF-bestand of excelbestand geëxporteerd kunnen worden.

De Wob is slechts van toepassing op documenten die onder een bestuursorgaan berusten. Dat een document niet op de harde schijf of server staat van het bestuursorgaan acht de rechtbank niet doorslaggevend. Wel moet er volgens de rechtbank onderscheid worden gemaakt tussen berichten die staan op een telefoon met een abonnement op naam van het bestuursorgaan en die op privételefoons van ambtenaren staan. Laatstgenoemde berichten berusten volgens de rechtbank niet onder het bestuursorgaan en vallen daarmee niet onder de reikwijdte van de Wob (r.o. 18).

De uitspraak heeft de nodige praktische consequenties tot gevolg en geeft ook voer voor juridische vragen. Hoe moet bijvoorbeeld worden omgegaan met de situatie waarin een privételefoon gebruikt wordt voor communicatie in het kader van een bestuurlijke aangelegenheid? Volgens de rechtbankuitspraak vallen  dergelijke berichten niet onder het bereik van de Wob omdat die documenten niet ‘onder het bestuursorgaan berusten’. De Wob zou dan vrij eenvoudig omzeild kunnen worden door een privétoestel te gebruiken. Daar valt tegenin te brengen dat dergelijke berichten wellicht wel behoren te berusten bij het bestuursorgaan. De omgekeerde situatie laat zich ook goed denken: een zakelijke telefoon die tevens wordt gebruikt voor – in de woorden van de rechtbank – ‘alledaags gebabbel’. Niet iedere ambtenaar zal immers de zakelijke telefoon uitsluitend voor zakelijke doeleinden gebruiken. Het bestuursorgaan zal naar aanleiding van een Wob-verzoek dat zich uitstrekt tot sms- en WhatsAppberichten ook dergelijke privéberichten moeten beoordelen, al is het maar om een selectie te maken tussen de informatie in die berichten die wel en niet tot de bestuurlijke aangelegenheid behoren.

Ook is het de vraag hoe omgegaan moet worden met verwijderde berichten. Hoe ver moet een bestuursorgaan zich inspannen om dergelijke berichten te achterhalen? Hoe verhoudt het verwijderen van sms- en WhatsAppberichten zich overigens tot de Archiefwet die overheidsorganen verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren (artikel 3 Archiefwet 1995). De rechtbank heeft zich in deze zaak niet gebogen over de vraag in hoeverre sms- en WhatsApp-berichten bewaard moeten worden (r.o. 18).

Ook interessant is de vraag of een bestuursorgaan in de telefoon van een ambtenaar mag kijken. De rechtbank is daarover vrij kort: het bestuursorgaan zal een methode moeten vinden om die berichten te achterhalen. Dat is volgens de rechtbank eerder gradueel dan principieel anders dan bij e-mailberichten (r.o. 18).

 

Bovenstaande en andere vragen bieden stof voor interessante Wob-jurisprudentie.

Auteur(s)

  • Anita van den BergAnita van den Berg