Schorsing: heeft werknemer recht op loon?

De wet zegt dat als een werknemer geen werkzaamheden verricht, hij geen recht heeft op loon. Maar er zijn uitzonderingen.
De hoofdregel is: geen arbeid, geen loon. Een werknemer behoudt echter toch recht op loon als hij ziek is of als hij niet werkt vanwege een reden die in redelijkheid voor rekening van de werkgever komt. Wanneer is er sprake van de hoofdregel en wanneer van een uitzondering?

Geen arbeid, geen loon

De hoofdregel ‘geen arbeid, geen loon’ is van toepassing als de werknemer niet beschikbaar is voor het werk, bijvoorbeeld omdat hij te laat op het werk komt of in de gevangenis zit. Hij heeft dan geen recht op loon. Dit is ook het geval als hij niet in staat is tot het verrichten van zijn werkzaamheden, bijvoorbeeld omdat zijn rijbewijs is ingevorderd of zijn Schipholpas is ingenomen en hij niet langer in staat is zijn werkzaamheden op Schiphol te verrichten.

Schorsing of non-actiefstelling

De Hoge Raad heeft al in 2003 bepaald dat een schorsing of op non-actiefstelling voor rekening van de werkgever komt. Volgens de Hoge Raad is dit ook het geval als de schorsing aan de werknemer is te wijten. In deze zaak was sprake van ernstige bedreigingen door de werknemer. Toch had de werknemer recht op loon. Alleen als de werkgever heeft afgeweken van het wetsartikel – hetgeen slechts maximaal 6 maanden kan – is uitzondering op deze situatie mogelijk.

Samenloop hoofdregel en uitzondering

Regelmatig komt het voor dat sprake is van samenloop van hoofdregel en uitzondering. Dit was bijvoorbeeld het geval bij een zaak van de Rechtbank Midden-Nederland uit april 2016, waar de werknemer zich had ziekgemeld wegens psychische klachten. Op grond van de toepasselijke cao had de werknemer toestemming nodig om zijn werkzaamheden als beveiliger te verrichten. Deze toestemming werd vanwege het gedrag van de werknemer ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat, nu aannemelijk was dat het gedrag van de werknemer gerelateerd was aan ziekte, de ziekte de primaire grondslag voor het niet werken was. De werknemer had dan ook recht op loon.

In mei 2016 was het aan het Hof Den Bosch of de werknemer, een chauffeur die zijn rijbewijs kwijtraakte wegens alcoholmisbruik en daarna werd geschorst, recht had op loon. Nee, de werknemer was niet in staat en daarmee niet beschikbaar om zijn chauffeurswerkzaamheden te verrichten en daarmee bestond geen recht op loon. Van die situatie was al sprake toen de werknemer werd geschorst, aldus het Hof. Ook het Hof Amsterdam oordeelde dat de werknemer, medewerker op Schiphol, geen recht had op loon. De werknemer had door zijn gedrag zelf de verdenking op zich geladen betrokken te zijn bij een drugstransport, waarna zijn Schipholpas was ingetrokken. De werkgever kon daar niets aan doen of veranderen.

Werkgever let op:

1. Is de werknemer afwezig, dan dient de werkgever te toetsen of er recht op loon bestaat.
2. Is de werknemer niet bereid en niet beschikbaar om het werk te verrichten, dan geldt de hoofdregel: geen arbeid, geen loon. Dit geldt bij te laat komen, gevangenschap, kwijtraken van het rijbewijs of de benodigde toestemming/vergunning om werkzaamheden te verrichten.
3. Is de werknemer beschikbaar en bereid om het werk te doen, maar weigert de werkgever hem toe te laten, dan geldt de uitzondering: de werknemer heeft recht op loon, omdat deze situatie voor rekening van de werkgever komt. Dit geldt bij schorsing en op non-actiefstelling.

Dit artikel is ook als blog verschenen op Management Team (MT.nl) op 20 juni 2016.

Auteur(s)

  • Eva KnipschildEva Knipschild