Rechter houdt rekening met maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen

Met ingang van 1 januari 2013 is de WNT in werking getreden (zie ook ‘Salariëring topfunctionarissen in (semi)publieke sector aan banden gelegd’). De WNT bepaalt onder meer, kort gezegd, dat partijen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen hogere ontslagvergoeding mogen overeenkomen dan € 75.000,- bruto. De rechter is niet gebonden aan de WNT. Uit onderstaande uitspraken blijkt echter dat de rechter toch een zekere reflexwerking aan de WNT toekent.

Kantonrechter Breda

In deze zaak (rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 juni 2013, LJN: CA3725) gaat het om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een directeur van een woningbouwvereniging. Ten aanzien van de vergoeding stelt de woningbouwvereniging zich op het standpunt dat de directeur als topfunctionaris in de zin van de WNT dient te worden aangemerkt. De directeur betwist echter dat de WNT op hem van toepassing is.

De kantonrechter overweegt dat de directeur kan worden aangemerkt als een topfunctionaris in de zin van de WNT. Hij is titulair directeur en maakt deel uit van het directieteam. Zelfs als hij geen deel uit zou maken van het hoogste uitvoerend orgaan, is hij in ieder geval de hoogste ondergeschikte van het uitvoerend orgaan. Hoewel de rechter niet aan de maximale ontslagvergoeding uit de WNT is gebonden, wil dit volgens de kantonrechter niet zeggen dat hij geen rekening zou moeten houden met deze wet. Ook voor een rechter is de WNT normerend bij de beoordeling van zaken die aan hem worden voorgelegd. De WNT zou volgens de kantonrechter aan kracht verliezen wanneer partijen ervan af zouden zien afspraken te maken over een vergoeding en zich tot de rechter zouden wenden omdat de rechter de vrije hand zou hebben. De kantonrechter houdt dan ook rekening met het bepaalde in de WNT en wijst een vergoeding toe van € 75.000,- bruto.

Kantonrechter Leeuwarden

In de zaak die aan de kantonrechter Leeuwarden (rechtbank Noord-Nederland, 4 juli 2013, 2013:4102) werd voorgelegd, gaat het om de ontbinding van een arbeidsovereenkomst van een lid van de Raad van Bestuur van een stichting. Partijen hebben in 2006 afspraken gemaakt over een vergoeding in geval van ontslag, waaronder een aanzienlijk bedrag aan wachtgeld. De stichting wenst de overeengekomen afspraken na te komen en verzoekt de kantonrechter toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 1.6 van de WNT, waarin, kort gezegd, staat vermeld dat een hogere vergoeding onverschuldigd is betaald, tenzij de betaling voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak.

De kantonrechter overweegt dat indien de billijkheid klaarblijkelijk eist dat een hogere vergoeding wordt toegekend dan het in de WNT genoemde maximumbedrag, de WNT daar niet aan in de weg staat. In het onderhavige geval kan de kantonrechter echter niet inhoudelijk beoordelen of de billijkheid eist dat een vergoeding wordt toegekend zoals verzocht. De kantonrechter is weliswaar niet gebonden aan de WNT, maar aan deze wettelijke regeling dient wel een zekere reflexwerking te worden toegekend. Op grond van het voorgaande kent de kantonrechter de door de stichting aangeboden wachtgeldvergoeding dan ook niet toe.

Tips

  • Hoewel de rechter niet gebonden is aan de WNT, wordt blijkens deze uitspraken de WNT wel meegewogen bij het bepalen van de ontslagvergoeding.
  • Een wachtgelduitkering valt ook onder de WNT, tenzij deze voortvloeit uit een algemeen verbindend verklaarde cao of wettelijk voorschrift.
  • Voor reeds bestaande afspraken over contractuele ontslagvergoedingen geldt onder bepaalde omstandigheden overgangsrecht.

Auteur(s)

  • Laurie DuijvisLaurie Duijvis