Het recht op een transitievergoeding voor de langdurig arbeidsongeschikte werknemer

Het recht op een transitievergoeding voor de langdurig arbeidsongeschikte werknemer

Sinds de inwerkingtreding van de WWZ heeft iedere werknemer na beëindiging van het dienstverband op initiatief van de werkgever recht op de transitievergoeding. Dat geldt dus ook voor de werknemer die na twee jaar ziekte arbeidsongeschikt uit dienst gaat. In de praktijk wordt dit als onrechtvaardig ervaren.

Slapend dienstverband

Sommige werkgevers kiezen ervoor om de arbeidsovereenkomst met de arbeidsongeschikte werknemer na twee jaar ziekte niet te beëindigen. De werknemer blijft formeel in dienst en daarom ontstaat er geen recht op een transitievergoeding. Omdat de loondoorbetalingsverplichting reeds is geëindigd en de werknemer geen werkzaamheden meer verricht wordt wel gesproken van een ‘slapend dienstverband’.

Verschillende kantonrechters (zoals de kantonrechter Almere en de kantonrechter Roermond) hebben inmiddels geoordeeld dat deze handelwijze van de werkgever geen ernstige verwijtbaarheid oplevert. Ook uit een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden wordt afgeleid dat geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid (al komt dit in de uitspraak niet nadrukkelijk aan bod). Het heeft daarom voor de werknemer geen nut om zelf ontbinding te verzoeken onder toekenning van de transitievergoeding en een eventuele billijke vergoeding. Ook volgens minister Asscher is bij een slapend dienstverband hooguit sprake van onfatsoenlijk werkgeverschap maar niet van ernstige verwijtbaarheid.

Hoogte van de transitievergoeding is nul?

Onlangs oordeelde de kantonrechter Arnhem over een nieuwe truc. De werkgever had na twee jaar ziekte van de werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd. Volgens de werkgever was het maandloon waarmee gerekend moest worden voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding nul euro. De loondoorbetalingsverplichting van de werkgever was immers geëindigd.

De kantonrechter ging niet mee met dit standpunt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever niet heeft beoogd om arbeidsongeschikte werknemers die na twee jaar ziekte geen recht meer hebben op loon, uit te sluiten van de transitievergoeding. Voor de berekening van de transitievergoeding moet worden uitgegaan van het ten tijde van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeengekomen loon. Dus het loon waar de werknemer recht op zou hebben gehad wanneer er geen sprake was geweest van arbeidsongeschiktheid.

Aangekondigde wijziging

In april 2016 heeft minister Asscher aangekondigd dat werkgevers gecompenseerd zullen gaan worden voor de transitievergoeding die verschuldigd is aan de langdurig arbeidsongeschikte werknemer. Deze compensatie zal plaatsvinden vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds waar een verhoging van de premie tegenover staat. Er zal tevens worden bezien of het mogelijk is om deze voorgestelde wijziging met terugwerkende kracht in te laten gaan.

Rondom de compensatie uit een fonds bestaat onduidelijkheid. Wanneer werkgever en werknemer een beëindigingsovereenkomst sluiten en daarin een beëindigingsvergoeding overeen komen is formeel geen sprake van een transitievergoeding. Zal er straks ook voor een dergelijke ontslagvergoeding recht op compensatie bestaan? Mede gelet op de mogelijke terugwerkende kracht van de regeling is het van belang om hier snel zekerheid over te krijgen.

Ook het moment van inwerkingtreding van de wijziging is nog onzeker. Voor de wijziging wordt voorzien in een wetsvoorstel dat naar verwachting begin 2017 bij de Tweede Kamer kan worden ingediend. Als de behandeling volgens plan verloopt kan de compensatie gaan gelden vanaf 1 januari 2018.

Tips voor de praktijk

Als u als werkgever een langdurig arbeidsongeschikte werknemer in dienst heeft kan het moeilijk zijn om in te schatten of het verstandig is om het dienstverband (slapend) in stand te houden. Aan een slapend dienstverband kleeft het ‘risico’ dat de werknemer herstelt waardoor de werkgever weer actief aan de slag moet met de re-integratie. In een concreet geval kan mogelijk met ontslag worden gewacht totdat het nieuwe wetsvoorstel is ingediend. Op dat moment zal meer duidelijkheid ontstaan over de terugwerkende kracht van de compensatieregeling en de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om in aanmerking te komen.

Auteur(s)

  • Marieke OpdamMarieke Opdam