Procesrecht WWZ

Procesrecht WWZ

Indien een werknemer niet instemt met de opzegging en er evenmin een beëindigingsovereenkomst wordt gesloten zal een werkgever die de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen een ontslagprocedure moeten starten bij de kantonrechter of het UWV. In tegenstelling tot de oude situatie is in de wet voorgeschreven bij welke grond de werkgever naar respectievelijk de kantonrechter of het UWV moet. De gronden die in de persoon van de werknemer gelegen zijn dienen via de kantonrechter gevoerd te worden en indien er bedrijfseconomische gronden aan het ontslag ten grondslag liggen dan dient het UWV benaderd te worden. Ook indien het ontslag wordt gevraagd wegens langdurige ziekte dient de UWV procedure gevolgd te worden.

UWV Procedure

De werkgever dient een schriftelijk verzoek in bij het UWV waarin hij dient te motiveren waarom de arbeidsplaats van de werknemer komt te vervallen of dient toe te lichten dat de arbeidsovereenkomst dient te eindigen als gevolg van langdurige ziekte.

Indien het verzoek volledig is zal de werknemer de gelegenheid krijgen verweer te voeren, waarna het UWV schriftelijk een beslissing zal nemen. In het geval het UWV toestemming geeft om de arbeidsovereenkomst op te zeggen en de werkgever daar ook gebruik van maakt, heeft de werknemer de mogelijkheid om zich binnen twee maanden via een verzoekschrift te richten tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te herstellen of om hem een billijke vergoeding toe te kennen. Het oordeel van de kantonrechter kan vervolgens in hoger beroep worden voorgelegd aan het Gerechtshof, waarna ook nog de mogelijkheid bestaat om cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Weigert het UWV de toestemming te verlenen dan heeft de werkgever de mogelijkheid om een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen bij de kantonrechter, welke uitspraak weer voorgelegd kan worden aan het Gerechtshof. Hierna bestaat ook nog de mogelijkheid om cassatie in te stellen.

Ontbindingsprocedure

Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen op grond van één van de gronden genoemd in artikel 7:669 lid 3 sub c t/m h BW dan dient er een verzoekschrift ingediend te worden bij de kantonrechter. De werknemer wordt vervolgens door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Tot tien dagen voor de mondelinge behandeling kan dit verweer ingediend worden. Uitgangspunt is dat de mondelinge behandeling van het verzoek binnen vier weken na indiening daarvan zal plaatsvinden. Indien de kantonrechter overgaat tot ontbinding kan de datum daarvan worden bepaald met inachtneming van de opzegtermijn, verminderd met de tijd gelegen tussen de dag van indiening van het verzoekschrift en de datum van de ontbindingsbeschikking. Er zal echter altijd een maand moeten resteren. Wijst de kantonrechter het verzoek tot beëindiging toe dan heeft de werknemer de gelegenheid om hoger beroep in te stellen in welk geval de werknemer kan vragen om herstel van de dienstbetrekking of een billijke vergoeding kan verzoeken. Vervolgens kan het oordeel van het Hof nog voorgelegd worden aan de Hoge Raad in een cassatieprocedure. Weigert de kantonrechter de ontbinding dan heeft de werkgever eveneens de mogelijkheid dat oordeel voor te leggen aan het Gerechtshof. Ook die beslissing staat open voor cassatie bij de Hoge Raad.
In de ontbindingsprocedure bestaat de mogelijkheid – in tegenstelling tot de oude situatie – voor werkgever en werknemer om verband houdende vorderingen gelijk met de ontbinding voor te leggen aan de rechter. Denk daarbij aan geschillen over achterstallig salaris, vaststelling bonus en/of over (de geldigheid van) het non-concurrentiebeding.

Herstel van de dienstbetrekking

Indien de kantonrechter en/of het Gerechtshof op verzoek van de werknemer tot het oordeel komt dat de arbeidsovereenkomst hersteld dient te worden dan zal de werkgever opgedragen worden om de arbeidsovereenkomst op een door de rechter te bepalen datum te herstellen. De rechter zal daarbij tevens voorzieningen treffen omtrent de rechtsgevolgen van de onderbreking van de arbeidsovereenkomst. Als het Gerechtshof tot het oordeel komt dat de ontbinding ten onrechte is toegekend, heeft hij de mogelijkheid om ondanks het herstelverzoek van de werknemer deze niet toe te kennen maar de werknemer een billijke vergoeding toe te kennen.

Opzegging zonder instemming of toestemming

In het geval de werknemer niet instemt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en er evenmin toestemming is van het UWV, dan wel een ontbindingsbeschikking van de kantonrechter aanwezig is, en de werkgever toch opzegt, heeft de werknemer de mogelijkheid om binnen twee maanden de vernietiging van de opzegging te verzoeken of om een billijke vergoeding te verzoeken. Tegen de uitspraak van de kantonrechter staat weer hoger beroep open bij het Gerechtshof, er kan vervolgens ook cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad. Na een ontslag op staande voet, zal een werknemer die daartegen bezwaar wil maken binnen twee maanden een verzoekschrift moeten indienen bij de kantonrechter.

Auteur(s)

  • Chris NekemanChris Nekeman