Procesbevoegdheid van de (centrale) ondernemingsraad; meer mogelijkheden dan u denkt!

Kantonrechter Amsterdam, 23 mei 2011, JAR 2011/215

Feiten

De Telegraaf Media Groep N.V. (hierna: ‘TMG’) is gebonden aan de CAO Grafimedia. Die CAO kent een specifieke beloningsstructuur. Aan TMG is dispensatie verleend, zodat binnen TMG geen uitvoering gegeven hoeft te worden aan de beloningsstructuur uit de CAO. TMG heeft op 15 december 2009 met de COR (Centrale Ondernemingsraad) een akkoord gesloten met betrekking tot een aanpassing van die beloningsstructuur (hierna: ‘het Akkoord’). Op grond van dit akkoord zou onder meer het salaris van een groot aantal medewerkers worden bevroren.

De bij de CAO betrokken vakbonden spannen een procedure aan bij de kantonrechter Amsterdam, waar zij onder andere een verklaring voor recht vorderen dat het Akkoord niet op de voorgeschreven wijze tot stand is gekomen en daarmee nietig is. TMG voert verweer tegen de vorderingen van de bonden en stelt een eis in reconventie in, waarbij zij onder meer een verklaring voor recht vordert, dat het Akkoord met de COR wel degelijk rechtsgeldig tot stand zou zijn gekomen. Zowel de COR, als de OR menen dat zij in de procedure tussen TMG en de bonden moeten worden betrokken. Elk om hun eigen redenen.

Incident tot voeging van de COR

De COR vordert te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van TMG, omdat hij partij is bij het Akkoord. Toewijzing van de vorderingen van de bonden zou er toe leiden dat de tenuitvoerlegging van het Akkoord wordt opgeschort, dan wel het Akkoord (gedeeltelijk) wordt vernietigd. TMG stemt in met de toelating van de COR, maar de bonden voeren hiertegen verweer.

De kantonrechter oordeelt dat aan een OR in beginsel geen procesbevoegdheid toekomt, behalve voor zover de Wet op de Ondernemingsraden (hierna: de ‘WOR’) deze aan hem toekent. Toch moet worden aangenomen dat een (centrale) ondernemingsraad ook in rechte kan optreden indien dat in het belang is van, en wenselijk is voor de uitoefening van zijn taak die de WOR aan hem heeft opgedragen. Dat geldt in gelijke mate voor de COR. Nu de COR als contractspartij betrokken was bij de totstandkoming van het Akkoord, is daarvan sprake, aldus de kantonrechter. De kantonrechter wijst het incident tot voeging toe en de COR wordt daarmee toegelaten tot de procedure.

Incident tot voeging van de OR

Een maand later wenst ook de OR zich te voegen in de procedure, ditmaal aan de zijde van de bonden. De OR meent ook belanghebbende te zijn bij de procedure. De OR stelt in dat kader dat nadelige financiële gevolgen van het Akkoord vooral terechtkomen bij de werknemers die werkzaam zijn bij dát onderdeel van TMG, waarvoor de OR is ingesteld. De OR is van mening dat daarom hij, en niet de COR, bevoegd was tot het maken van afspraken als neergelegd in het Akkoord.

Ten aanzien van de procesbevoegdheid van de OR oordeelt de kantonrechter in lijn met de beoordeling van de procesbevoegdheid van de COR. Daarbij acht de kantonrechter van belang in hoeverre de OR zijn taken uit hoofde van de WOR daadwerkelijk heeft kunnen vervullen. Omdat de OR in casu stelt dat het hem ten onrechte niet is gegund om zijn taken te vervullen, heeft hij een belang. De kantonrechter oordeelt daarom dat ook de OR als gevoegde partij in deze zaak mag optreden. De omstandigheid dat TMG heeft betwist dat voor de OR een taak is weggelegd met betrekking tot de totstandkoming van het Akkoord, doet hieraan niet af.

Tips

  • Omdat de OR geen rechtspersoon is, is het uitgangspunt dat hij niet bevoegd is om in rechte op te treden, tenzij die bevoegdheid expliciet bij wet aan hem is toegekend. Te denken valt aan de procedure bij de Ondernemingskamer (de zogenaamde ‘OK-procedure’) van artikel 26 WOR of de procedure bij de kantonrechter, al dan niet via de bedrijfscommissie, ex artikel 27 WOR.
  • In de jurisprudentie wordt aangenomen dat de OR een aanvullende procesbevoegdheid toekomt als dat in het belang is van een doelmatige vervulling van de taken die de WOR aan de OR heeft toebedeeld.
  • Het is dus verstandig om bij de beoordeling van de procesbevoegdheid van de OR verder te kijken dan de WOR (of een andere expliciete, wettelijke regel) lang is.
  • Hetgeen hierboven voor de OR is vermeld, geldt in gelijke mate voor de COR.