Koper onder omstandigheden niet gebonden aan cao-bepalingen die zijn vastgesteld ná de overgang van onderneming

Deze uitspraak betreft een verzoek om een prejudiciële beslissing inzake artikel 3 van Richtlijn 2001/23/EG (“OVO-richtlijn”). Het gaat daarbij in het kort om de vraag of bij een overgang van onderneming de verkrijger op grond van nationaal recht gebonden mag worden aan cao-bepalingen die zijn vastgesteld ná de overgang van onderneming.

Feiten

In 2002 werden de activiteiten van gemeentelijke dienst vrije tijd Lewisham London Borough Council (“Lewisham”), overgedragen aan de particuliere CCL Limited (“CCL”). In mei 2004 droeg CCL deze diensten weer over aan Parkwood, ook een particuliere onderneming. In de arbeidsovereenkomsten van de diensten van Lewisham was een cao-bepalingen van toepassing. Deze cao-clausules zijn door de NJC vastgesteld. De NJC is een orgaan voor collectieve onderhandelingen ten behoeve van de lokale overheid.

Tijdens de eerste overgang van de diensten aan CCL waren de dynamische cao-bepalingen van toepassing. Deze waren namelijk vastgesteld voor de periode 1 april 2002 tot en met 31 maart 2004. In mei 2004 ging de onderneming die deze dienst exploiteerde, over naar Parkwood. Parkwood is niet betrokken geweest bij de onderhandelingen van de cao-bepalingen met name omdat Parkwood geen overheidsdienst is, maar een particuliere onderneming.

Binnen de NJC werd in juni 2004 een nieuwe overeenkomst bereikt, die met terugwerkende kracht van 1 april 2004 tot 31 maart 2007 van kracht was. Deze overeenkomst kwam dus tot stand nadat de betrokken onderneming in handen was gekomen van Parkwood. Parkwood concludeerde dan ook dat de nieuwe cao niet op haar van toepassing was. Zij stelde de werknemers daarvan op de hoogte en weigerede salarisverhoging te betalen die binnen de NJC was vastgesteld voor de periode tot 31 maart 2007.

Engeland

Partijen hebben hierover geprocedeerd tot aan de Supreme Court in Engeland. De Supreme Court heeft hierover vervolgens een aantal vragen gesteld bij het HvJ EU.

Uitspraak HvJ EU

Het HvJ EU verklaart voor recht dat bij een overgang van onderneming de verkrijger niet gebonden mag worden aan cao-bepalingen die zijn vastgesteld ná de overgang van onderneming en waarbij verkrijger geen kans heeft gehad om bij de onderhandelingen aanwezig te zijn.

Het HvJ EU overweegt dat de OVO-richtlijn niet alleen bescherming voor de werknemers beoogt, maar ook een balans wil verzekeren tussen hun belangen en die van de verkrijger. In dit verband is het belangrijk op te merken dat indien een onderneming uit de publieke sector overgaat naar de particuliere sector moet worden aangenomen dat de verkrijger zijn activiteiten niet zal kunnen voortzetten zonder aanzienlijke aanpassingen en veranderingen door te voeren, aangezien er tussen die twee sectoren onvermijdelijk verschillen bestaan op het vlak van arbeidsvoorwaarden. Een dynamische clausule die verwijst naar collectieve overeenkomsten die worden vastgesteld na de betrokken overgang van de ondernemingen, kan de manoeuvreerruimte die een particuliere verkrijger nodig heeft om dergelijke aanpassingsmaatregelen te treffen, aanmerkelijk beperken.

Daarnaast moet bij de uitleg van de OVO-richtlijn rekening worden gehouden met de vrijheid van ondernemerschap en de contractsvrijheid van partijen. De contractsvrijheid mag niet zodanig beperkt zijn dat de vrijheid van ondernemerschap in de kern dreigt te worden aangetast.

Tips

Het is bij een overgang van onderneming voor de koper van groot belang om te onderzoeken welke cao er bij de verkoper geldt, hoe dit in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd (verwijst dit naar een specifieke cao met beperkte looptijd of naar alle toekomstige cao’s in die branche) en of er onderhandelingen over een nieuwe cao plaatsvinden.

Auteur(s)

  • Renate MaduroRenate Maduro