Opzegverbod voor leden medezeggenschapsorgaan

Dat er een ontslagverbod geldt voor werknemers die deel uitmaken van een OR is bij de meeste werkgevers en werknemers bekend. Maar wat betekent dit in de praktijk nou echt?

In artikel 7:670 BW is bepaald dat een werkgever de arbeidsovereenkomst niet kan opzeggen van de werknemer die lid is van een (centrale/groeps-) ondernemingsraad, een (onderdeel)commissie van die raden of van een personeelsvertegenwoordiging. Uit artikel 7:670a BW vloeit vervolgens voort dat dit wel kan indien voorafgaand toestemming van de kantonrechter is verkregen. De kantonrechter mag deze toestemming slechts verlenen als de werkgever aannemelijk maakt dat de opzegging door de werkgever geen verband houdt met het feit dat de werknemer lid is van een medezeggenschapsorgaan. Met andere woorden, de medezeggenschapstaak van de werknemer mag niet de reden voor de beëindiging zijn.

Feiten

Onlangs is een dergelijke ontslagzaak aan de kantonrechter te Eindhoven voorgelegd (Voorzieningenrechter Kantonrechter Eindhoven, 19 april 2013, JAR 2013/129). In deze zaak had de werkgever het dienstverband met de werknemer, met toestemming van het UWV, opgezegd per 1 februari 2013. Na ontvangst van de schriftelijke opzegging, heeft de werknemer een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de opzegging wegens het feit dat hij lid was van de personeelsvertegenwoording (PVT) en de werkgever geen toestemming van de kantonrechter had verkregen voor de opzegging. Om deze reden vorderde de werknemer doorbetaling van zijn salaris vanaf 1 februari 2013.

Oordeel

In de door de werknemer aangespannen procedure stelde de werkgever zich op het standpunt dat het ontslag niet op de juiste wijze was vernietigd en dat er in het bedrijf geen sprake zou zijn van een officiële PVT, waardoor de werknemer geen recht zou hebben op ontslagbescherming.

De kantonrechter schoof deze argumenten terzijde. Ten aanzien van de al dan niet rechtsgeldige opzegging, stelde de kantonrechter dat het de werkgever voldoende duidelijk was dat de werknemer een beroep deed op het opzegverbod wegens zijn lidmaatschap van de PVT. Nu er voor het inroepen van de vernietigbaarheid ook geen vormvereisten gelden, werd dit verweer niet gehonoreerd. Ook het argument dat geen sprake zou zijn van een formele PVT, trof geen doel. De kantonrechter constateerde dat de wijze waarop in de praktijk uitvoering werd gegeven aan de medezeggenschapsrechten aansloot bij de wettelijke bepaling voor de PVT (artikel 35c WOR). Volgens de kantonrechter was er daarom wel degelijk sprake van een formeel medezeggenschapsorgaan en had de werknemer dus recht op ontslagbescherming. Hoewel er in dit geval wel toestemming van het UWV was verkregen, had de werkgever verzuimd om ook toestemming van de kantonrechter te vragen. Reden waarom de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd. De kantonrechter oordeelde dan ook dat de werknemer recht had op doorbetaling van loon.

Tips

  • In tegenstelling tot hetgeen veel mensen denken, is het wel mogelijk om de arbeidsovereenkomst van een werknemer, die deel uitmaakt van een medezeggenschapsorgaan, te beëindigen. Echter, naast eventuele toestemming van het UWV, is dus ook altijd toestemming van de kantonrechter vereist.
  • Om te voorkomen dat van twee verschillende organen toestemming verkregen dient te worden, is het voor de werkgever het meest efficiënt om in één procedure de benodigde toestemming en ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken. Dit bespaart tijd en kosten.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen