Opzegging kredietovereenkomst door bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?

Hoge Raad 20 april 2018

Centraal in deze zaak staat de vraag of het opzeggen van een kredietovereenkomst door de bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Deze vraag is in drie instanties ontkennend beantwoord. X heeft met de bank een kredietovereenkomst gesloten. In de op deze overeenkomst van toepassing verklaarde bankvoorwaarden is onder meer bepaald dat zowel de kredietnemer als de bank de overeenkomst op ieder moment kunnen opzeggen. Op enig moment heeft de bank de kredietovereenkomst opgezegd. Als grond voor deze opzegging heeft de bank aangevoerd dat (i) de continuïteit van de onderneming van X in acuut gevaar was en (ii) X in strijd met de gemaakte afspraken had nagelaten om een nieuw bestuur aan te stellen. Volgens het hof mocht de bank in deze omstandigheden de kredietovereenkomst opzeggen. Het tegen deze beslissing gerichte cassatieberoep wordt verworpen o.g.v. art. 81 RO. Deze uitspraak is in lijn met de geldende rechtspraak dat indien een duurovereenkomst – zoals hier – voorziet in een opzeggingsregeling, deze in beginsel opzegbaar is tenzij dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, alsmede dat de rechter bij de beoordeling of er sprake is van een dergelijke onaanvaardbaarheid de nodige terughoudendheid in acht dient te nemen.

Wilt u hier meer over weten? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

Klik hier voor de uitspraak:
Opzegging kredietovereenkomst door bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?