Ontslag lid ondernemingsraad toegestaan

Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die lid is van een ondernemingsraad (OR), een (onderdeel)commissie van die raad of van een personeelsvertegenwoordiging, is niet mogelijk. Op grond van artikel 7:670 lid 4 BW geldt namelijk een verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst wanneer het gaat om een werknemer die op dat moment lid is van een medezeggenschapsorgaan. Als er geen verband is tussen de ontslagreden en de medezeggenschapstaak van de werknemer, kan de werkgever zich wel tot de kantonrechter wenden met het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:685 lid 1 BW. Voor de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, moet hij niet alleen de door de werkgever aangevoerde ontslaggrond toetsen, maar ook moet hij nagaan of de opzegging door de werkgever geen verband houdt met het feit dat de werknemer lid is van een medezeggenschapsorgaan. Ontslag wegens het lidmaatschap van bijvoorbeeld de OR is dus niet toegestaan.

Feiten

Recent is er een ontslagzaak aan de kantonrechter te Utrecht voorgelegd (kantonrechter Utrecht, 15 juli 2014, JAR 2014/204) waarin de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een OR-lid aan de orde was.

In de betreffende zaak was er bij de werkgever sprake van een reorganisatie wegens slechte bedrijfseconomische omstandigheden, als gevolg waarvan hij 19 medewerkers moest ontslaan. Hiertoe heeft de werkgever een procedure bij het UWV WERKbedrijf gestart, waarbij door het UWV WERKbedrijf uiteindelijk voor de hele groep boventallige werknemers toestemming is verleend om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Eén van de personen voor wie toestemming voor de opzegging was verleend, was lid van de OR. Zoals hierboven aangegeven, geldt er echter een opzegverbod voor leden van de OR. De verleende toestemming van het UWV WERKbedrijf was dus niet voldoende om de arbeidsovereenkomst van deze werknemer op te zeggen. Om deze reden wendde de werkgever zich vervolgens tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Aangezien de kantonrechter van oordeel was dat er een gerechtvaardigde grond voor verval van de arbeidsplaats was, de regels omtrent afspiegeling juist waren toegepast en de werkgever bovendien aannemelijk kon maken dat de reden voor de beëindiging inderdaad was gelegen in de bedrijfseconomische omstandigheden van het bedrijf en niet in het feit dat de werknemer lid van de OR was, ontbond hij de arbeidsovereenkomst van het OR-lid.

Commentaar

Deze uitspraak bevestigt dat – als de juiste stappen worden genomen – de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een OR-lid wel degelijk mogelijk is. Aangezien leden van een medezeggenschapsorgaan ontslagbescherming toekomt op grond van artikel 7:670 lid 4 BW, is beëindiging van hun arbeidsovereenkomst alleen via ontbinding te bewerkstelligen. Hierbij is de kantonrechter verplicht het verzoek in zijn geheel, inclusief de ontslaggrond, opnieuw te beoordelen. Het is daarom opvallend en overbodig te noemen dat de werkgever in deze zaak eerst om toestemming bij het UWV WERKbedrijf vroeg om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, alvorens naar de kantonrechter te gaan om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden. Deze procedure bij het UWV WERKbedrijf had geen enkele toegevoegde waarde en heeft hoogstwaarschijnlijk alleen maar voor vertraging gezorgd.

Om deze reden zullen veel werkgevers in de praktijk er voor kiezen om zich enkel en direct tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Separate toestemming van het UWV WERKbedrijf is dan niet nodig.

Tot slot wijzen wij u er op dat er vanaf 1 juli 2015 nieuw ontslagrecht zal gaan gelden hetgeen ook gevolgen zal hebben voor het ontslag van OR-leden. De te bewandelen ontslagroute (UWV WERKbedrijf of de kantonrechter) zal dan afhankelijk zijn van de reden voor het ontslag. Uiteraard houden wij u over deze ontwikkelingen op de hoogte.

 

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen