Onderscheid in sociaal plan voor 60plussers

Kantonrechter Haarlem, 6 januari 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:2201

Onderscheid naar leeftijd bij arbeid mag niet. Maar er is geen regel zo streng, of er is wel een uitzondering. Mits er sprake is van legitiem doel.

Aan de rechtbank Noord-Holland is de vraag voorgelegd of de werkgever in het sociaal plan onderscheid naar leeftijd mocht maken. In deze zaak was een werkneemster al sinds 1973 in dienst van werkgever als ‘developer’. Op de arbeidsovereenkomst was de cao voor het Boeken- en Tijdschriften-uitgeverijbedrijf van toepassing. Wegens bedrijfseconomische redenen besluit de werkgever tot een grootschalige reorganisatie.

De werkneemster is boventallig en in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is het sociaal plan van toepassing, waarin een 60plus-regeling is opgenomen. De werkgever biedt conform die regeling een vergoeding aan van € 34.702,41, zodat de werkneemster een zeker inkomensniveau heeft gedurende de WW-periode, waarbij de pensioenopbouw doorloopt.
De werkneemster accepteert dit voorstel niet, nu zij meent dat de 60plus-regeling ongerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd met zich meebrengt. Haar jongere collega’s hebben namelijk recht op een beëindigingsvergoeding op grond van de kantonrechtersformule, wat in haar geval tot een vele malen hogere vergoeding zou leiden. Voor dit onderscheid geeft het sociaal plan geen rechtvaardiging. De werkneemster stemt daarom niet in met de aangeboden vergoeding en verzoekt zelf ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 175.793,51 bruto.

De werkgever betwist dat er sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd. Alleen de verschillende arbeidsmarktposities van ouderen en jongeren zou al maken dat er geen sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid. Evenmin zou er sprake zijn van een ongunstigere behandeling van 60plus-werknemers nu de betreffende regeling er juist voor zorgt dat zij een bepaald inkomensniveau tot aan het pensioen houden en dat pensioenschade wordt voorkomen. De werkgever verzoekt daarom eveneens ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 17.787,64 bruto nu de eerder aangeboden vergoeding een onjuiste berekening betrof, subsidiair onder toekenning van de eerder aangeboden vergoeding.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter is van oordeel dat het onderscheid objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel, omdat het legitieme doel, namelijk de belangen van zowel de jongere als de oudere werknemers, in overleg met de vakbonden, zo goed mogelijk is beschermd. Het betreft een passende regeling die tevens noodzakelijk is ter verwezenlijking van het legitieme doel. Nu er geen sprake is van een gerechtvaardigd onderscheid is de vergoeding zoals werkneemster deze voor ogen had niet van toepassing. De kantonrechter oordeelt dat hoewel de werkgever de eerder aangeboden vergoeding baseerde op een foutieve berekening, deze aanbieding wel ondubbelzinnig heeft plaatsgevonden. De kantonrechter acht het dan ook billijk dat de werkneemster deze vergoeding wordt toegekend.

Dit artikel is ook verschenen in OR Informatie op 18 mei 2015.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen