Omzeiling ketenregeling door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst

De ketenregeling, geregeld in artikel 7:668a BW, stelt grenzen aan het sluiten van het aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Kort gezegd, bepaalt het artikel dat indien er een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt gesloten of zodra meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van drie jaar hebben overschreden, die elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd, van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.

Het Gerechtshof in Den Bosch (30 juli 2013, nr. HD 200.112.938/01) heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarin een werkgever de ketenregeling door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst probeerde te omzeilen.

Feiten

Met de werknemer waren reeds drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gesloten. Met ingang van 18 februari 2011 bood de werkgever de werknemer een vierde arbeidsovereenkomst aan, dit keer voor onbepaalde tijd. Echter, hieraan koppelde de werkgever een vaststellingsovereenkomst. In de arbeidsovereenkomst was expliciet bepaald dat in de vaststellingsovereenkomst aanvullende afspraken waren gemaakt over de duur en beëindiging van de arbeidsovereenkomst. In de vaststellingsovereenkomst was vervolgens bepaald dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zou eindigen met ingang van 1 januari 2012.

De werknemer stemde hier in eerste instantie mee in, maar kwam hier later op terug. Volgens de werknemer was de vaststellingsovereenkomst nietig omdat de bedoeling daarvan was artikel 7:668a BW te omzeilen en zijn wil niet was gericht op het eindigen van de vierde arbeidsovereenkomst. Hij vorderde loondoorbetaling.

Procesgang

De kantonrechter stelde de werknemer in het gelijk, waarna de werkgever hoger beroep heeft ingesteld. Het hof oordeelde in deze procedure onder meer dat een vaststellingsovereenkomst ook geldig is indien deze in strijd is met driekwart dwingend recht, tenzij de vaststellingsovereenkomst tevens naar inhoud of strekking in strijd is met de openbare orde of de goede zeden. In het onderhavige geval had de werknemer volgens het hof onvoldoende onderbouwd waarom sprake zou zijn van strijd met de openbare orde of de goede zeden. Ook als partijen bewust zouden zijn afgeweken van de ketenregeling zou dat onvoldoende zijn om te concluderen tot strijd met de openbare orde of goede zeden.

Vervolgens overwoog het hof dat hooguit sprake zou kunnen zijn van vernietigbaarheid, nu de ketenregeling strekt tot bescherming van de werknemer. De werknemer had echter nagelaten om in de procedure vernietiging van de vaststellingsovereenkomst te vorderen.

De werknemer had tevens een beroep op misbruik van omstandigheden gedaan, maar daar had hij geen rechtsgevolg aan verbonden. De vorderingen van de werknemer werden dan ook afgewezen.

Conclusie

Op grond van voorgaande uitspraak lijkt het mogelijk om rechtsgeldig een arbeidsovereenkomst aan te gaan en gelijktijdig een vaststellingsovereenkomst overeen te komen waarin is bepaald dat de arbeidsovereenkomst na een bepaalde periode met wederzijds goedvinden eindigt. De vraag is of het voorgaande houdbaar is. Artikel 7:668a BW – dat voortvloeit uit een Europese richtlijn en de werknemer beoogt te beschermen – bepaalt dat van de ketenregeling alleen bij CAO mag worden afgeweken en dat is hier niet gebeurd. Het is bovendien de vraag wat het oordeel van het hof zou zijn geweest als de werknemer zijn vorderingen uitvoeriger had onderbouwd. Er blijft dus zeker een risico bestaan dat een rechter toch zal oordelen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Auteur(s)

  • Laurie DuijvisLaurie Duijvis