Omvang loondoorbetalingsverplichting tijdens het derde ziektejaar

Het UWV kan bij een WIA aanvraag tot de conclusie komen dat een werkgever niet heeft voldaan aan zijn reïntegratieverplichtingen ten opzichte van een arbeidsongeschikte werknemer. Het UWV kan dan bepalen dat de werkgever nog een extra jaar het loon van deze werknemer moet doorbetalen op grond van artikel 25 lid 9 Wet WIA en artikel 7:629 lid 11 BW, ook wel de ‘loonsanctie’ genoemd. De vraag die tijdens de loonsanctieperiode vaak centraal staat, is (i) wat de hoogte is van het loon dat de werkgever dient door te betalen tijdens de loonsanctieperiode en (ii) in hoeverre inkomsten van de werknemer tijdens deze loonsanctieperiode kunnen worden gekort op het loon op grond van artikel 7:629 lid 5 BW.

De kantonrechter Rotterdam heeft onlangs over dit onderwerp een uitspraak gedaan.

De feiten

De werknemer is arbeidsongeschikt geraakt op 6 oktober 2008. De werkgever krijgt een loonsanctie opgelegd over de periode van 3 oktober 2010 tot 3 oktober 2011. Vervolgens heeft de werkgever op 3 oktober 2011 de arbeidsovereenkomst opgezegd. Partijen verschillen van mening over de hoogte van het loon in en na het derde ziektejaar en over de vraag of het loon van de werknemer kan worden gekort met inkomsten die de werknemer elders heeft ontvangen.

Oordeel Kantonrechter

De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever in het derde ziektejaar terugvalt op de wettelijke loondoorbetalingsverplichting van 70% van het maximum dagloon indien niets is bepaald over een loonaanvulling gedurende de loonsanctieperiode. Daarnaast is de werkgever niet gehouden loon door te betalen tijdens de opzegtermijn aangezien op dat moment geen loonbetalingsverplichting meer bestond. De kantonrechter verwerpt de stelling van de werknemer dat de werkgever de loonbetaling niet mag korten omdat de werkgever zich niet aan zijn re-integratieverplichtingen zou hebben gehouden. Het UWV heeft weliswaar een loonsanctie opgelegd, echter reden daarvan was dat de werkgever te ver zou zijn meegegaan in de wens van de werknemer om zijn mogelijkheden als zelfstandige te exploreren en de werknemer niet heeft verplicht zich te richten op re-integratie naar werk bij een andere werkgever. Het beroep op verrekening is tijdig door de werkgever gedaan voor zover het de inkomsten in het derde ziektejaar betreft. De kantonrechter is van oordeel dat, hoewel de loonbetalingsverplichting beperkt is tot 70%, de inkomsten voor 100% mogen worden gekort. Inkomsten die de werknemer ook zou hebben verworven als hij niet ziek was geworden, mogen niet worden gekort. Nu de inkomsten uit het werk als zelfstandige de loonbetalingsverplichting (ruimschoots) overschrijden, heeft de werknemer geen recht meer op loon over het derde ziektejaar.

Tips voor de praktijk

  • Tot op heden wordt nog verschillend geoordeeld over de omvang van de loondoorbetalingsverplichting tijdens het derde ziektejaar. Gelet op andere recente uitspraken hierover lijkt steeds meer de lijn te zijn dat de werkgever terugvalt op de wettelijke loondoorbetalingsverplichting van 70% van het maximum dagloon indien niets is bepaald over een loonaanvulling gedurende de loonsanctieperiode.
  • Indien de werknemer inkomsten ontvangt tijdens zijn ziektejaren, kunnen die voor 100% worden gekort op de loondoorbetalingsverplichting. Echter, dit hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval.

Kantonrechter Rotterdam, 6 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9787

Auteur(s)

  • Joëlle BouletJoëlle Boulet