Loonbelasting over ontslagvergoeding

Bron: Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2015:3310

Een werknemer krijgt een vergoeding voor immateriële schade. De werkgever houdt op dit bedrag loonbelasting in. Volgens de werknemer is dat niet terecht.

Een werknemer en werkgever waren in een vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat de werkgever een bedrag van €85.000 zou betalen als vergoeding voor het psychische leed dat de werknemer heeft ondervonden voorafgaand aan het ontslag en over de wijze waarop hem het ontslag is aangezegd.

De werkgever houdt loonbelasting in op de vergoeding. De werknemer is van mening dat dit niet terecht is, nu dit bedrag een vergoeding is voor immateriële schade wegens psychisch leed en geen loon uit een (vroegere) dienstbetrekking. De werknemer start hierover een procedure.

Hoge Raad

Nadat de rechtbank en het hof zich over deze kwestie hebben gebogen, heeft de werknemer de zaak ook aan de Hoge Raad voorgelegd. De Hoge Raad overweegt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen ontslagvergoedingen en ongevalsvergoedingen. Deze laatste categorie behoort doorgaans niet tot het loon. Ook als er sprake is van een ontslagvergoeding, verstrekt ter betering van eer en goede naam of wegens onnodig veroorzaakt leed voor (het gezin van) een werknemer, is er in beginsel geen sprake van loon. Is het psychische leed daarentegen inherent aan de afwikkeling van de dienstbetrekking, dan is er wél sprake van loon en is er loonbelasting verschuldigd. Dat partijen woordelijk een vergoeding voor immateriële schade zijn overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst, doet naar oordeel van de Hoge Raad niet af aan de zelfstandige beoordelingsvrijheid van de (belasting)rechter. De werknemer heeft bovendien niet aannemelijk gemaakt dat er feitelijk sprake is van immateriële schade. Daarbij komt, dat de werknemer de vergoeding beschouwt als vergoeding voor psychisch leed door de wijze waarop hij is ontslagen. Er is dus duidelijk verband met de (vroegere) dienstbetrekking en dus is er sprake van loon. De Hoge Raad verklaart het beroep van de werknemer in cassatie dan ook ongegrond en de werknemer heeft geen recht op de reeds betaalde loonbelasting.

Commentaar

Een vergoeding bij ontslag wordt in beginsel aangemerkt als loon. Op grond van art. 10 lid 1 van de Wet op de loonbelasting moet loonbelasting worden betaald over alle vergoedingen die een werknemer op basis van een (vroegere) dienstbetrekking ontvangt. De hoofdregel is dan ook dat de werknemer loonbelasting verschuldigd is over een ontslagvergoeding, tenzij deze vergoeding onvoldoende verband houdt met de (vroegere) dienstbetrekking.
In dit arrest bevestigt de Hoge Raad dat het betalen van loonbelasting over een ontslagvergoeding eerder regel dan uitzondering is. De werknemer die meent dat geen loonbelasting verschuldigd is, moet feitelijk aantonen dat er sprake is van een vergoeding voor immateriële schade die niet inherent is aan de afwikkeling van de dienstbetrekking. Lukt dit niet, dan is de werknemer gewoon loonbelasting over de ontslagvergoeding verschuldigd.

Dit artikel is ook verschenen in OR Informatie op 15 maart 2016.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen