Kritiek van de Raad voor de Rechtspraak op voorgenomen wijziging van het ontslagrecht

Op 9 september 2013 heeft de Raad voor de Rechtspraak Minister Asscher (SZW) geadviseerd over het wetsvoorstel voor een nieuwe wet Werk en Zekerheid, waarin de afspraken uit het Sociaal Akkoord van april dit jaar zijn uitgewerkt.

De Raad is overwegend positief over de voorgestelde wijzigingen van het ontslagrecht, maar laat zich kritisch uit over het vergoedingensysteem, dat in zijn optiek zodanig is verfijnd dat het geheel er niet eenvoudiger op wordt. Ook acht de Raad het geen verbetering dat de ontslagcriteria in het wetsvoorstel veel uitvoeriger worden vastgelegd dan in het huidige systeem. In dit artikel wordt een aantal kritiekpunten van de Raad op de voorgestelde wijzigingen in het ontslagrecht besproken.

Het wetsvoorstel Werk en Zekerheid

Met het wetsvoorstel wil het kabinet het ontslagrecht vereenvoudigen en eenduidiger maken, de rechtspositie van flexwerkers versterken en het recht op WW beperken.

De meest in het oog springende, voorgenomen wijzigingen van het ontslagrecht zijn de afschaffing van het duale stelsel; de vervanging van de ontslagvergoeding door een transitiebudget waarop alle werknemers (inclusief flexwerkers) aanspraak maken na een dienstverband van minimaal twee jaar; en de invoering van de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie.

Advies van de Raad voor de Rechtspraak

De Raad onderschrijft de noodzaak tot wijziging van het ontslagrecht en de afschaffing van het huidige duale stelsel, dat in de praktijk tot ongelijke uitkomsten kan leiden. De Raad is ook positief over het feit dat de kantonrechter in het wetsvoorstel een prominente rol houdt in het ontslagrecht (ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige ziekte moeten volgens het wetsvoorstel aan het UWV worden voorgelegd en alle in de persoon van de werknemer gelegen ontslaggronden aan de kantonrechter). Ook de introductie van de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie, juicht de Raad toe.

Minder positief is de Raad over het voorgestelde vergoedingensysteem. De Raad meent dat de invoering van een uniform vergoedingensysteem de rechtszekerheid op zich bevordert, maar dat dit effect weer (deels) teniet zal worden gedaan door de hoeveelheid uitzonderingen op de hoofdregel (bijvoorbeeld de verlaging dan wel verhoging van het transitiebudget indien een van beide partijen een ernstig verwijt valt te maken of het vanwege de slechte financiële positie van de werkgever niet hoeven betalen van de transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen). Dit effect wordt versterkt doordat er naast de transitievergoeding op verzoek van de werknemer nog een additionele vergoeding kan worden toegekend. Het vergoedingensysteem wint hierdoor naar de mening van de Raad niet aan overzichtelijkheid. Waar het wetsvoorstel een de-juridisering van het ontslag beoogt, vreest de Raad hierdoor juist een toename van het aantal procedures.

De Raad heeft bovendien bedenkingen bij de grote mate van gedetailleerdheid van de voorgestelde ontslagcriteria, waardoor niet alleen de beoordelingsvrijheid van de kantonrechter zou worden ingeperkt, maar ook slechts een schijnzekerheid zou worden geboden aan rechtzoekenden. In aanvulling op de lange lijst criteria (de Raad spreekt hier van een ‘waslijst’) en naast de categorie ‘ernstig verstoorde verhouding’, wordt namelijk nog een restcategorie (‘andere redenen’) benoemd. Volgens de Raad maakt dit het ontslagrecht extra ingewikkeld, waar juist een vereenvoudiging van het ontslagrecht wordt nagestreefd.

De kritiek van de Raad op de voorgenomen wijzigingen van het ontslagrecht is al met al niet mals. Desondanks wordt het advies op de officiële website van de Raad voor de Rechtspraak omschreven als positief. Het is nu afwachten wat de Minister met het advies zal doen.

Tips

Het wetsvoorstel Werk en Zekerheid vloeit voort uit het Sociaal Akkoord dat kabinet en sociale partners in april van dit jaar sloten. Het wetsontwerp is nog niet openbaar. Openbaarmaking geschiedt pas als het, na verkrijging van het advies van de Raad van State, door de Koning aan de Tweede Kamer wordt gezonden.

Het advies van de Raad voor de Rechtspraak is te vinden op de website van de Raad voor de Rechtspraak.

De Minister wil de (in dit artikel verder niet besproken) verbeteringen voor flexwerkers vanaf 1 januari 2015 invoeren. Met het oog op de huidige economische situatie wil hij de veranderingen in het ontslagrecht en de WW pas vanaf 1 januari 2016 in laten gaan. Volgens de Minister hebben werkgevers en werknemers dan ook de tijd zich op die wijzigingen voor te bereiden.