Kabinetsstandpunt Medezeggenschap

In de afgelopen periode heeft het kabinet zich beraden over de medezeggenschap en hoe dit dient te worden vormgegeven in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Eind vorig jaar is minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met zijn standpunt gekomen en heeft voorstellen gedaan om de WOR aan te passen. Het gaat niet om drastische wijzigingen, daar het kabinet concludeert “…dat de medezeggenschap wordt vormgegeven door het medezeggenschapsveld zelf. Het algemeen oordeel vanuit het veld is dat het over het algemeen goed gaat met de medezeggenschap en dat de WOR een voldoende basis biedt waarop de dagelijkse praktijk kan terugvallen”.

Het kabinet is echter wel van mening dat de WOR op enige punten aanpassing behoeft en heeft elf voorstellen tot aanpassing gedaan. Het gaat om de volgende voorstellen:

  1. Vereenvoudiging verkiezingsprocedure: gelijk indienen kandidatenlijsten en vermindering benodigd aantal handtekeningen.
  2. De OR moet in reglement vastleggen hoe de communicatie met achterban gaat verlopen.
  3. Meer flexibiliteit in vorm en samenstelling commissies.
  4. Gevolgen regelen van op ad hoc afzien van advies- of instemmingsrecht door OR.
  5. De bepaling over de ondernemingsovereenkomst aanvullen: rechtsgeldigheid afspraken over invulling van bijvoorbeeld begrip ‘belangrijk’ beter regelen.
  6. De ondernemingsovereenkomst kan in elk geval met inachtneming van termijn van zes maanden worden opgezegd, tenzij anders geregeld.
  7. Terugbrengen van het huidige aantal bedrijfscommissies (24) tot drie.
  8. Verplichte bemiddeling bij bedrijfscommissie komt te vervallen.
  9. Verplichte registratie van OR-reglement en jaarverslag bij bedrijfscommissie schrappen.
  10. Flexibele bevoegdhedenverdeling tussen Centrale Ondernemingsraad, Groepsondernemingsraad en Ondernemingsraad mogelijk maken.
  11. Informatierecht over zeggenschapsverhoudingen in internationale concerns uitbreiden met informatierecht over de internationale activiteiten van een groep.

Uit voorgaande voorstellen wordt duidelijk dat de WOR naar oordeel van het kabinet op enkele punten aangepast dient te worden, maar dat dit geen grote wijzigingen voor de praktijk met zich mee zal brengen. De afschaffing van de verplichte bemiddeling door de bedrijfscommissie zal voor de praktijk nog het meest zichtbaar zijn, omdat OR en/of bestuurder dan een dispuut direct aan de kantonrechter kunnen voorleggen. Het voorstel van het kabinet om de gevolgen vast te leggen van het op ad hoc afzien van advies- of instemmingsrecht roept vragen op. Het lijkt erop dat dit in de praktijk niet echt een issue is, omdat partijen hier in het algemeen goede afspraken over maken. In het kabinetsstandpunt wordt onder andere gesteld dat wil de OR afzien van advies- of instemmingsrecht, de OR eerst de achterban dient te raadplegen. De kans dat een en ander zal zorgen voor onnodige bureaucratie lijkt, niet uitgesloten. Hoe het kabinet het voorstel wil vertalen in een wetsvoorstel, zal de toekomst leren.

Auteur(s)

  • Chris NekemanChris Nekeman