Is payrollconstructie een schijnconstructie?

Steeds meer rechters zijn kritisch over het fenomeen payrolling. Waar de payroll onderneming in de rechtspraak tot voor kort nog werd aangemerkt als formele werkgever, blijkt uit de rechtspraak van het afgelopen jaar, dat rechters steeds vaker door deze constructie heenkijken en een arbeidsovereenkomst tussen de inlener en de werknemer aannemen.

Om een arbeidsovereenkomst te kunnen aannemen tussen de werknemer en de inlener waar de werknemer feitelijk werkt, dient allereerst te worden vastgesteld of partijen zich überhaupt hebben verbonden. Zo ja, dan kan de vraag worden gesteld of een arbeidsovereenkomst of een andere overeenkomst (bijvoorbeeld een opdrachtovereenkomst) tussen inlener en de werknemer is gesloten. Hiervan kan sprake zijn als de werknemer in het geheel geen contact heeft gehad met de payroll onderneming, en dus niet anders bedoeld kan hebben dan te contracteren met de onderneming waar hij feitelijk werkt.

Deze gedachte is recent bevestigd in een uitspraak van de Kantonrechter Almelo. Het ging hier om een werknemer die solliciteerde bij een marketingbureau voor de functie van adviseur. Nadat werknemer te horen had gekregen dat hij zou worden aangenomen en op kantoor van een marketingbureau de arbeidsovereenkomst kon tekenen, lag daar een door de payroll onderneming ondertekende payrollovereenkomst klaar. Deze schriftelijke overeenkomst vermeldde de payroll onderneming als formele werkgever. Verder kreeg de werknemer de gedragsregels en de beloningsregeling van een marketingbureau overhandigd; beide stukken op briefpapier van een marketingbureau. Het loon werd vastgesteld conform de beloningsregeling van een marketingbureau, maar uitbetaald door de payroll onderneming.

De kantonrechter oordeelde dat de payroll onderneming geen andere rol had dan het op papier zijn van werkgever. Uit de feitelijke gang van zaken bij de ondertekening, en de uitvoering van de overeenkomst, bleek dat de werknemer in ieder geval de bedoeling had om een arbeidsovereenkomst te sluiten met een marketingbureau. De gekozen payrollconstructie leek geen ander doel te hebben dan de bescherming die de wet de werknemer biedt, te omzeilen. Door deze constructie moest volgens de kantonrechter dan ook worden heengekeken. De kantonrechter nam dan ook een arbeidsrelatie aan tussen een marketingbureau en de werknemer.

Tip voor werkgevers:

  • Wees voorzichtig met het gebruik van een payrollconstructie aangezien de inlener hierbij het risico loopt om als formeel werkgever te worden aangemerkt;
  • Zorg er bij een payroll constructie in ieder geval voor dat de werknemer goed wordt geïnformeerd zodat hij weet met wie hij contracteert en wat hier de arbeidsrechtelijke gevolgen van zijn.