Invoering van een nieuw bedrijfsmodel en het adviesrecht van de OR

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer), LJN: BR3116

Feiten

De ondernemer ondervindt negatieve gevolgen van diverse ontwikkelingen op de postmarkt. Deze ontwikkelingen zijn aanleiding geweest voor de nodige reorganisaties die gericht zijn op een efficiëntere organisatie en een lagere kostprijs. Eén van deze maatregelen is de introductie van de functie van postbezorger. Deze postbezorgers houden zich, in tegenstelling tot postbodes, uitsluitend bezig met het bezorgen van post. Aangezien de loonkosten per uur van postbezorgers lager zijn dan die van postbodes, is het goedkoper om post te laten bezorgen door een postbezorger dan door een postbode. In de afgelopen jaren heeft op basis van natuurlijk verloop een (gedeeltelijke) vervanging van postbodes door postbezorgers plaatsgevonden.

Op 7 juli 2010 heeft de ondernemer de OR advies gevraagd over het voorgenomen besluit tot invoering van het Marktgericht Bedrijfsmodel. De adviesaanvraag had betrekking op een toekomstige organisatie en werkwijze, waarin het uitgangspunt van een gelijkwaardige postbezorging op elke dag wordt verlaten en daarbij de postbodefunctie volledig wordt opgeheven. Naar verwachting zullen de voorgenomen reorganisaties vanaf 2011 gepaard gaan met ongeveer 2800 gedwongen ontslagen. Op 7 juli 2010 heeft de ondernemer voorts aan de OR advies gevraagd over een voorgenomen besluit tot het oprichten van een autobedrijf, de zogenoemde ‘Auto Unit’. Met het besluit wordt, kort gezegd, beoogd de werkzaamheden die met auto’s worden verricht professioneel en eenduidig aan te sturen om het serviceniveau te verbeteren en de kosten te verlagen. Het autobedrijf zal worden bezet door werknemers die reeds in dienst zijn van de onderneming.

De OR geeft ten aanzien van beide voorgenomen besluiten geen positief advies. Het bezwaar van de OR komt er kort gezegd op neer dat er postbodes zullen worden ontslagen, terwijl hun werk voorhanden blijft maar zo zal worden georganiseerd dat de goedkope postbezorgers het werk kunnen uitvoeren. De ondernemer zou volgens de OR zoveel mogelijk passende werkpakketten dienen te creëren en ervoor moeten zorgen dat postbezorgers pas mogen instromen nadat de werkzaamheden aan de uitstromende postbodes zijn aangeboden. In dit kader stelt de OR voor dat een dusdanige fasering plaatsvindt waardoor de veranderingen in de organisatie met zo min mogelijk gedwongen ontslagen zullen plaatsvinden. De ondernemer blijft echter van mening dat de eisen van de OR organisatorisch gezien niet mogelijk zijn, omdat er geen sprake is van uitwisselbare functies. Er zullen hoe dan ook postbodes moeten worden ontslagen, aldus de ondernemer. De ondernemer heeft de besluiten toch genomen, waarna de OR beroep heeft ingesteld bij de Ondernemingskamer (‘OK’).

Ondernemingskamer

De OK stelt voorop dat, nu de verzoeken van de OR betreffende beide besluiten zozeer met elkaar samenhangen, gezamenlijke behandeling en beoordeling aangewezen is. De OK stelt vast dat partijen het met elkaar eens zijn dat gelet op de slechte prognoses de toekomst van de onderneming veilig moet worden gesteld door middel van een aanzienlijke kostenverlaging.

De OK overweegt dat de OR weliswaar heeft gesteld dat het nieuwe organisatiemodel als uitgangspunt heeft dat de dure postbodefunctie moet verdwijnen, maar in het licht van de marktontwikkelingen heeft de OR onvoldoende toegelicht dat met minder besparende maatregelen de toekomst van de onderneming (op dezelfde wijze als met het besluit tot invoering van het Marktgericht Bedrijfsmodel) veilig kan worden gesteld. De OR heeft verder onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom de ondernemer de volgens hem benodigde omvang van de bezuinigingen niet tot uitgangspunt van zijn besluitvorming heeft kunnen nemen. Het feit dat de postbodes een evident zwaarwegend belang bij het creëren van combinatiefuncties hebben, maakt dit niet anders. De OK concludeert dat er geen reden is om te oordelen dat de ondernemer bij de afweging van de betrokken belangen onvoldoende gewicht aan het belang van de postbodes heeft toegekend of dat hij dit onvoldoende heeft verdisconteerd in het sociaal plan en in het principeakkoord dat is overeengekomen met de vakbonden. Daarbij is nog relevant dat de ondernemer heeft toegezegd dat er in elk individueel geval een beoordeling zal plaatsvinden of en in hoeverre een combinatie van functies is aan te bieden, voordat ontslag wordt overwogen. De OK is van oordeel dat de OR niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan de haalbaarheid van het nieuwe bedrijfsmodel zozeer moet worden getwijfeld dat de ondernemer het besluit in redelijkheid niet had kunnen nemen. De OK komt dan ook tot het oordeel dat de besluiten niet kennelijk onredelijk zijn en wijst de verzoeken van de OR af.

Tips

  • Indien evident is dat grootschalige bezuinigingen zullen moeten doorgevoerd vanwege slechte financiële prognoses bezit de ondernemer meer vrijheid om ingrijpende besluiten te nemen, zoals bijvoorbeeld de invoering van een nieuw bedrijfsmodel als gevolg waarvan vele gedwongen ontslagen zullen volgen.
  • Indien de OR alternatieven aandraagt dient de ondernemer daar serieus mee om te gaan en te motiveren waarom deze alternatieven geen (betere) oplossing bieden.

Auteur(s)

  • Soo-ja SchijfSoo-ja Schijf