Hof vernietigt beëindigingsovereenkomst: werkgever heeft informatieplicht geschonden

Uit een recente uitspraak van het Hof Leeuwarden blijkt dat op de werkgever een vergaande informatieplicht rust bij het sluiten van een beëindigingsovereenkomst. Schending hiervan kan bovendien ingrijpende gevolgen hebben.

Wat is er gebeurd?

Twee werknemers zijn in dienst bij MPO, een uitzendbureau. Zij zijn tewerkgesteld bij een bedrijf dat wapeningsstaalproducten fabriceert. Hun moedertaal is Duits. Op 6 februari 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden waarin de directeur van MPO aan hen een vaststellingsovereenkomst heeft voorgelegd ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De overeenkomst is geantedateerd op 6 december 2011. De overeenkomst is bovendien in het Nederlands opgesteld. In de overeenkomst is verder onder meer opgenomen dat beide partijen verklaren dat zij de arbeidsovereenkomst willen beëindigen en dat zij op de hoogte zijn van de gevolgen daarvan. De datum van beëindiging is 6 februari 2012. Beide werknemers hebben deze overeenkomst diezelfde dag nog ondertekend.

De vordering van de werknemers

Beide werknemers hebben zich op het standpunt gesteld dat de beëindigingsovereenkomst nietig dan wel vernietigbaar is vanwege het ontbreken van wilsovereenstemming. Zij hebben gevorderd MPO te veroordelen hun weer te werk te stellen en hun loon (met terugwerkende kracht) door te betalen. In kort geding heeft de kantonrechter hun vorderingen afgewezen. Zij zijn vervolgens in hoger beroep gegaan.

Wat heeft het hof geoordeeld?

Het hof heeft voorop gesteld dat wanneer een werkgever een werknemer een beëindigingsovereenkomst voorlegt, de werkgever niet uitsluitend uit de bereidheid van de werknemer tot het plaatsen van een handtekening in de gegeven omstandigheden mag afleiden dat hij akkoord gaat met ontslag. “De werkgever moet zich er met een redelijke mate van zekerheid van vergewissen of de werknemer beseft dat zijn instemming wordt gevraagd met ontslag, zonder garantie op terugkeer, en of hij de mogelijke consequenties van zijn instemming voor zijn rechtspositie overzag.” Dit betekent dat van de werkgever mag worden verwacht dat hij de werknemer omtrent zijn rechtspositie volledige en juiste informatie verschaft.

Volgens het hof is MPO tekortgeschoten in deze informatieverplichting. De in het Nederlands gestelde overeenkomst is namelijk niet in vertaling aan de werknemers verstrekt. Zij zijn ook niet in de gelegenheid gesteld de inhoud hiervan met een adviseur te bespreken. Verder is aan hen niet voorgehouden dat zij door ondertekening van de geantedateerde overeenkomst valsheid in geschrifte zouden plegen. Ook heeft MPO de werknemers verzuimd erop te attenderen dat zij recht hebben op ontslagbescherming en dat een ontslagprocedure in ieder geval tot uitstel van het einde van de arbeidsovereenkomst zou leiden. Het hof acht ook relevant dat de beëindigingsovereenkomst geen financiële compensatie bevat hiervoor. Op basis hiervan slaagt het hoger beroep en worden de vorderingen van de werknemers toegewezen.

 Conclusie en tips

Deze uitspraak onderstreept het belang om de werknemer goed te informeren over de inhoud en de gevolgen van een voorstel de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Het is raadzaam om de werknemer in de gelegenheid te stellen het voorstel met een juridisch adviseur te bespreken. Indien de werknemer er vervolgens voor kiest hiervan geen gebruik te maken, ligt het op de weg van de werkgever hem informatie te verschaffen over de inhoud van de overeenkomst en zijn rechten, zoals zijn ontslagbescherming en zijn uitkeringsrechten. Bij een buitenlandse werknemer is het goed om te overwegen de overeenkomst (ook) in zijn moedertaal op te stellen.

 

Auteur(s)

  • Eylard van FenemaEylard van Fenema