Het recht op een rookvrije werkplek

Rechtbank Amsterdam (sector bestuursrecht), 26 maart 2010, JAR 2010/159

Tabakswet

Sinds 1 januari 2004 heeft iedere werknemer recht op een rookvrije werkplek. In artikel 11a lid 1 van de Tabakswet is opgenomen dat werkgevers verplicht zijn zodanige maatregelingen te treffen dat de werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Uit artikel 11b lid 1 en de bijlagen van de Tabakswet volgt dat beheerders en werkgevers die het rookverbod niet goed handhaven of geen maatregelen voor een rookvrije werkplek treffen, voor de eerste overtreding van de Tabakswet een boete van € 300,- kunnen krijgen. Bij volgende overtredingen kan deze boete oplopen tot € 2.400,- per overtreding.

Roken op werkkamer directeur

Onlangs heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld over een zaak waarin de Tabakswet zou zijn overtreden en er een boete van € 300,- is opgelegd. In deze zaak heeft de inspecteur van de Voedsel en Waren Autoriteit (hierna te noemen: “VWA”) tijdens een inspectie in een kantoorpand te Utrecht op 17 juni 2006 geconstateerd dat er in een kantoorruimte werd gerookt. Niet alleen was er een sterke tabakslucht te ruiken, tevens was er een asbak met uitgedrukte sigaren- en sigarettenpeuken aanwezig, hetgeen duidt op overtredingen van artikel 11a van de Tabakswet. Naar aanleiding van deze constatering heeft de VWA een schriftelijke waarschuwing naar het bedrijf gestuurd, waarin werd benadrukt dat er op termijn opnieuw een inspectie zou plaatsvinden en dat bij constatering van een nieuwe overtreding zou worden overgegaan tot het opleggen van een boete.

Zoals aangekondigd, heeft er op 16 mei 2008 opnieuw een inspectie van de VWA plaatsgevonden. Uit het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar blijkt onder meer: “Ik ben in gezelschap van de bestuurder via een trap naar de eerste verdieping van het pand gelopen. Nadat ik op de eerste verdieping was aangekomen rook ik een penetrante geur afkomstig van het roken van tabaksproducten. Hierna zag ik een openstaande deur naar een kantoorruimte. Ik zag op deze openstaande deur een aanduiding met de volgende tekst: ‘Kantoorruimte. Geen toegang. Bel ext. 19 voor een eventuele afspraak’. (…) Ik zag op het bureau een asbak met sigarettenpeuken en as staan. Desgevraagd hoorde ik de bestuurder zeggen “Dit is mijn werkkamer, ik rook hier in mijn werkkamer. Na de vorige inspectie heb ik dat bordje op de deur van mijn kantoor opgehangen. Mijn medewerkers hoeven dus niet in mijn kamer te komen. Ze kunnen een afspraak maken, dan kom ik naar ze toe’. Hierna kwam er een man in de deuropening van deze kantoorruimte staan. Ik hoorde deze man vragen aan de bestuurder of hij de showroom moest afsluiten, aangezien hij wegging. (…) Hierdoor werd betreffende medewerker blootgesteld aan tabaksrook, aangezien er in deze kantoorruimte gerookt was.” Na deze constatering is de bestuurder gehoord, waarna is geconcludeerd dat er sprake was van een overtreding van de Tabakswet en een boete van € 300,- is opgelegd.

Oordeel rechtbank

De werkgever heeft hierop bezwaar gemaakt tegen de boete, hetgeen is afgewezen. De werkgever is vervolgens in beroep gegaan. Naast enkele formele bezwaren, stelt de werkgever dat ten onrechte zou zijn aangenomen dat de ruimte waar het onderzoek plaatsvond niet exclusief gebruikt wordt door de directie en dat eveneens ten onrechte is gesteld dat medewerkers van werkgever met enige regelmaat die ruimte betreden.

De rechtbank verwerpt dit betoog. Naar oordeel van de rechtbank blijkt uit het verslag van de hoorzitting afdoende dat het soms voorkomt dat medewerkers zich melden op de werkkamer van de bestuurder. Dat op de deur van die werkkamer is aangegeven ‘Kantoorruimte. Geen toegang. Bel ext. 19 voor een eventuele afspraak’, maakt dit niet anders. Door de inspecteur is immers ter plaatse onweersproken vastgesteld dat een medewerker van de werkgever zich meldde in de deuropening met een vraag omtrent het afsluiten van de showroom. Daarmee staat naar oordeel van de rechtbank voldoende vast dat de betrokken medewerker zich in het kader van zijn werkzaamheden meldde bij zijn directeur, waarbij hij werd blootgesteld aan tabaksrook. Hiermee staat naar oordeel van de rechtbank vast dat de werkgever artikel 11a lid 1 van de Tabakswet heeft overtreden. De opgelegde boete is in lijn met hetgeen in artikel 11b van de Tabakswet is vastgelegd en niet gebleken is dat de toepassing van het vaste tarief in dit geval onredelijk is.

Tip:

  • Uit deze uitspraak blijkt opnieuw dat de VWA strikt toetst of de Tabakswet wordt nageleefd. Het is dus voor iedere onderneming van belang dat er voor zowel werknemers als directieleden een rookverbod geldt op de werkvloer, óók voor het roken op de eigen werkkamer.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen