Het eenzijdig wijzigen van arbeidsvoorwaarden met instemming OR

Kantonrechter Utrecht, 23 maart 2011, LJN BP7701

Feiten

Werknemer 1 is sinds 1 december 2006 als bestuurder in dienst van de werkgever. In zijn arbeidsovereenkomst is bepaald dat alle arbeidsvoorwaarden en voorzieningen worden bepaald en toegepast conform de cao en dat de werkgever bevoegd is de inhoud van de regelingen te wijzigen na toestemming van de OR of de vakorganisatie. Werknemer 2 is sinds 1 oktober 1996 in dienst als teamleider. In zijn arbeidsovereenkomst is het bovenstaande beding niet opgenomen. Op beide arbeidsovereenkomsten is de CAO FNV-Organisatie (“ de CAO) van toepassing. De CAO bepaalt onder meer dat een regeling voor telewerken de instemming van de OR behoeft en dat een dergelijke wijziging na toestemming van de OR geacht worden deel uit te maken van de individuele arbeidsovereenkomst. De werkgever voert met ingang van 1 januari 2009 een regeling voor mobiele werkvoorzieningen in. De OR heeft met deze regeling ingestemd. Werknemers 1 en 2 zijn het er niet mee eens en stappen naar de kantonrechter om een verklaring voor recht te vorderen dat de oude regeling nog van toepassing op hen is.

Kantonrechter Utrecht

De kantonrechter overweegt in de eerste plaats dat de gekozen constructie van de cao partijen rechtsgeldig is. Het overlaten van de wijziging van bepaalde regelingen aan het overleg tussen de ondernemer en zijn OR is namelijk rechtsgeldig aangezien de CAO-partijen de mogelijkheid hebben om de nadere invulling en uitwerking van arbeidsvoorwaarden te delegeren. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat de regeling voor mobiele werkvoorzieningen als een regeling voor telewerken in de zin van de CAO moet worden aangemerkt. De wijziging valt derhalve onder de reikwijdte van de CAO.

Partijen verschillen echter van mening over de vraag aan welke toets de wijziging van de regeling voor mobiele werkvoorzieningen moet voldoen. De werkgever is van mening dat toestemming van de werknemers niet is vereist. De werknemers hebben betoogd dat er sprake is van een eenzijdige wijziging en dat hierop de ‘onaanvaardbaarheidstoets’ van 6:248 BW in dit geval van toepassing zou moeten zijn en niet de lichtere toets van 7:613 BW die geldt wanneer er sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding. Aangezien de bevoegdheid tot wijzigen rechtstreeks uit de CAO voortvloeit laat de kantonrechter in het midden of er sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst van werknemer 1. De kantonrechter overweegt vervolgens dat getoetst zal worden aan de norm van art. 7:613 BW, omdat de werkgever hier ter zitting mee heeft ingestemd.

De kantonrechter overweegt dat de werkgever een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemers daarvoor moet wijken en voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat de ondernemingsraad, na zorgvuldig onderzoek en beraad, heeft ingestemd met de gewijzigde regeling een aanwijzing vormt voor het zwaarwichtig ondernemersbelang van werkgever. Van de werkgever kan daarnaast niet worden gevergd dat zij de kosten van het telefoneren thuis door haar werknemers en hun gezinsleden voor haar rekening blijft nemen. Als gevolg hiervan is de nieuwe regeling voor mobiele werkvoorzieningen op alle betrokken werknemers van toepassing geworden.

Tips

Vakbonden en werkgeversorganisaties hebben ingevolge de Wet CAO de bevoegdheid om de nadere invulling en uitwerking van bepaalde arbeidsvoorwaarden te delegeren aan het overleg tussen de werkgever en de ondernemingsraad. Indien de OR vervolgens met het wijzigen van de regeling instemt, betekent dit nog niet dat de werknemer hier automatisch aan gebonden is. In deze zaak moest de werkgever voldoen aan de norm van art. 7:613 BW en aantonen dat het een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemers dat door de wijziging wordt geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Voor deze toets is het van belang dat de werkgever de ondernemingsraad achter zich weet te krijgen en dat de ondernemingsraad bij het geven van zijn instemming niet over één nacht ijs is gegaan.

Auteur(s)

  • Thijs RidderThijs Ridder