Gevolgen van ontslag relevant voor de hoogte van de billijke vergoeding | Kennedy Van der Laan

Gevolgen van ontslag relevant voor de hoogte van de billijke vergoeding

Op 1 juli 2015 heeft de wetgever de billijke vergoeding in het arbeidsrecht geïntroduceerd. Wanneer er sprake is van een vernietigbare opzegging heeft de werknemer de keuze om de opzegging te vernietigen of om in plaats daarvan een billijke vergoeding te verzoeken. Er is echter veel onduidelijkheid over de hoogte van de billijke vergoeding. Hoe wordt de hoogte precies berekend? En welke omstandigheden spelen daarbij een rol?
Recentelijk heeft de Hoge Raad een aantal richtlijnen gegeven voor de begroting van de billijke vergoeding. In de media is naar aanleiding van het arrest gesuggereerd dat door de Hoge Raad de versobering van de ontslagvergoeding in de Wwz is teruggedraaid. Deze suggestie lijkt echter niet terecht.

Feiten

De werkneemster was vanaf 1989 als kapster in dienst bij de werkgever. Begin 2015 is er een conflict ontstaan over de vakantiewensen van de werkneemster. Als reactie hierop heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder toestemming van het UWV. De werkneemster is een procedure gestart om een billijke vergoeding te verkrijgen.

Hof

Het hof heeft de uitspraak van de kantonrechter waarin aan de werkneemster een billijke vergoeding werd toegekend van € 4000,- bekrachtigd. De werkneemster had verzocht om een vergoeding van € 57.699,07. Volgens het hof moet bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding tot uitdrukking komen dat de opzegging van het dienstverband ontoelaatbaar was. De duur van dienstverband en de gevolgen van het ontslag laat het hof als factor voor de bepaling van de billijke vergoeding buiten beschouwing.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de gevolgen van het ontslag naar huidig recht geen grond meer zijn voor het toekennen van een vergoeding anders dan de transitievergoeding. Het stelsel van de Wwz verzet zich echter niet ertegen dat met de gevolgen van het ontslag rekening wordt gehouden bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding.
In deze zaak had de werkneemster ervoor gekozen om geen vernietiging van de opzegging te verzoeken maar in plaats daarvan een billijke vergoeding. De gevolgen van het ontslag kunnen niet geacht worden in alle gevallen reeds volledig te zijn gecompenseerd door een eventuele transitievergoeding.
Bij het vaststellen van de billijke vergoeding kan mede worden gelet op hetgeen de werknemer aan loon zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd. Het zal van de omstandigheden van het geval afhangen welke verdere duur van de arbeidsovereenkomst daarbij in aanmerking moet worden genomen. Daarbij is mede van belang of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze zou hebben kunnen beëindigen. In welke mate rekening moet worden gehouden met het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd, is onder meer afhankelijk van de vraag in hoeverre de werkgever een verwijt gemaakt kan worden.
Tot slot heeft het hof ten onrechte de duur van het dienstverband buiten beschouwing gelaten. Bij de begroting van de billijke vergoeding komt het immers aan op alle omstandigheden van het geval.

Belang voor de praktijk

Met dit arrest wordt duidelijk dat bij de begroting van de billijke vergoeding, als alternatief voor vernietiging van de opzegging, de duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag van belang zijn. De suggestie in de media dat door de Hoge Raad de versobering van de ontslagvergoeding in de Wwz is teruggedraaid lijkt ongenuanceerd. Slechts wanneer sprake is van een vernietigbare opzegging of ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever heeft de werknemer recht op een billijke vergoeding. De grote meerderheid van werknemers die hun baan verliezen is daarom nog steeds aangewezen op de (sobere) transitievergoeding.

Auteur(s)

  • Marieke OpdamMarieke Opdam