Gevolg toelichting bij concurrentiebeding

Gerechtshof Amsterdam, 13 mei 2014 CLI:2014:NL:GHAMS:2014:1757

Uit een recente uitspraak van het Hof Amsterdam volgt dat er voor een werkgever risico’s kleven aan het geven van een nadere toelichting op een concurrentiebeding.

In de arbeidsovereenkomst van een werkneemster staat een concurrentiebeding. Dit verbiedt haar binnen een jaar na beëindiging van het dienstverband in dienst te treden van een nieuwe werkgever wiens bedrijf gelijk, gelijksoortig of aanverwant is. In het beding wordt voor de toepassing verwezen naar een arbeidsvoorwaardenhandboek waarin een nadere toelichting staat over hoe de werkgever in de praktijk met dit beding omgaat.

Na enige tijd vertrekt de werkneemster naar een nieuwe werkgever – in de ogen van de oude werkgever een gelijksoortig bedrijf – en daarom vordert de oude werkgever naleving van het concurrentiebeding.

De werkneemster beroept zich op de tekst van het beding in het aanvullende handboek. Dat zegt dat het relevant is of de werkzaamheden die zij verrichtte bij de oude werkgever, deel uitmaken van de inhoud van de functie bij de nieuwe werkgever. De werkneemster stelt dus dat er verder moet worden gekeken dan de enkele vraag of het bedrijf gelijksoortig is; er moet gekeken worden naar de daadwerkelijke werkzaamheden.

Oordeel Hof

Het Hof gaat mee in het standpunt van de werkneemster en oordeelt dat er verder gekeken moet worden dan louter de taalkundige betekenis van het beding. De vraag die in deze zaak dus beantwoord moet worden, is of de werkneemster de bij de oude werkgever opgedane kennis en vaardigheden bij de nieuwe werkgever is gaan gebruiken. Dat is niet het geval, het betreffen andere werkzaamheden, en daarom oordeelt het Hof dat de werkneemster het concurrentiebeding niet heeft overtreden.

Commentaar

Omdat een concurrentiebeding een werknemer kan verbieden bij een andere werkgever in dienst te treden beperkt dit de werknemer in zijn vrije arbeidskeuze. Dit kan erg vervelend en vergaand zijn voor een werknemer. Rechters kijken daarom kritisch naar de redelijkheid van een concurrentiebeding.

Deze uitspraak laat zien dat werkgevers bij het motiveren van de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen moeten oppassen met het nader toelichten van het concurrentiebeding. Dit moet niet verward worden met een nadere uitleg van de wijze waarop het concurrentiebeding in de praktijk wordt toegepast, wat kan leiden tot een beperking van de reikwijdte van het beding. De rechter zal verder kijken dan alleen de taalkundige betekenis van het concurrentiebeding.

Let op! Met de invoering van de Wet werk en zekerheid is het per 1 januari 2015 in beginsel niet meer mogelijk een concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Alleen als de werkgever zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen heeft die de opname van een concurrentiebeding rechtvaardigen, mag dit nog worden overeengekomen in een contract voor bepaalde tijd.

Dit artikel is ook verschenen in OR Informatie op 10 februari 2015.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen