Geen ontbinding na alcoholgebruik

Kantonrechter Assen, 12 januari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:489

Voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen geldt een strenge toets. Er moet sprake zijn van dusdanig ernstige daden, eigenschappen of gedragingen dat duidelijk is dat de overeenkomst niet in stand kan blijven

Een werkneemster is al lange tijd in dienst van een zorginstelling voor cliënten met een verstandelijke handicap en/of psychische problemen. Zij is begeleider bij het wonen en werken van deze cliënten en heeft tevens een opvoedende rol. Bij de werkgever geldt een gedragscode die alcohol onder werktijd verbiedt. Als het vermoeden bestaat dat een werknemer alcohol heeft gebruikt, dan moeten er allereerst duidelijke afspraken worden gemaakt over de verbetering van het gedrag. Blijft verbetering uit dan leidt dit volgens de richtlijn tot een berisping, werkverbod, schorsing, inhouding van loon of in het uiterste geval ontslag.

Tijdens een korte bewonersvakantie gebruikt de werkneemster alcohol. De werkgever vindt dit onacceptabel en verzoekt de rechtbank de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een dringende reden.
De werkneemster betwist dat zij onprofessioneel, onverantwoord en grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond. Ook stelt zij dat dat er slechts in beperkte mate sprake was van alcoholgebruik, dat dit tijdens eerdere bewonersvakanties ook is gebeurd en dat de werkgever het in die gevallen wel heeft toegestaan. Bovendien wijst zij erop dat er volgens de richtlijn eerst afspraken gemaakt moeten worden over verbetering van het gedrag, in plaats van dat er meteen ontslag volgt. Zij vordert wedertewerkstelling.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter is allereerst van oordeel dat een bewonersvakantie werktijd is en dat er dus geen alcohol mocht worden gedronken. Echter, van een goed werkgever die beëindiging van de arbeidsovereenkomst als sanctie wil hanteren, mag verwacht worden dat hij dienaangaande vooraf kraakhelder is. De werkgever heeft dit nagelaten en het heeft er alle schijn van dat dergelijk gedrag in het verleden oogluikend werd toegelaten. Van de werkgever mag worden verwacht dat hij een ondubbelzinnige waarschuwing geeft alvorens beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven. Daarom oordeelt de kantonrechter dat de aard en de ernst van de gebeurtenissen een beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet rechtvaardigen en dat andere sancties, mede gelet op de interne richtlijnen, meer in de rede liggen.

Conclusie

De beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zeker wegens een dringende reden – hetgeen onder meer tot gevolg heeft dat de werknemer geen WW-uitkering zal ontvangen, is een zware maatregel. Een werkgever moet dan ook uitermate duidelijk zijn over ontoelaatbare gedragingen en hierbij consequent handelen. In de onderhavige situatie handelde de werkgever niet consequent door het alcoholgebruik tijdens eerdere bewonersvakanties wel toe te staan en volgde de werkgever ook niet zijn eigen richtlijnen. Dit tezamen maakte dat de kantonrechter van oordeel was dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een te zware sanctie was.

Dit artikel is ook verschenen in OR Informatie op 28 april 2015.

Auteur(s)

  • Ester DamenEster Damen