Geen fout notaris bij tenietgaan stil pandrecht

Gerechtshof Den Haag 17 april 2018

A treedt op als financier bij een nieuwbouwproject. Zij leent daartoe geld uit aan de dochtermaatschappij van een vennootschap die mede door A is opgericht om de samenwerking rondom het nieuwbouwproject vorm te geven. In ruil daarvoor zou deze dochtermaatschappij (‘X’) vorderingen op kopers van het nieuwbouwproject verpanden aan A.

Eén van de percelen wordt door middel van een Groninger Akte overgedragen aan Y. De notarisklerk stelt deze akte op. Later wordt de eigendom van het perceel door Y overgedragen aan Z, waartoe wederom de klerk een akte opstelt. A had het bestaan van het pandrecht toen nog niet gemeld.

A stelt dat het pandrecht als gevolg van de overdracht teniet is gegaan en dat de notarisklerk haar tenminste had moeten waarschuwen. Dit nalaten zou een fout opleveren, waardoor zij haar vordering niet zou kunnen innen. Het hof gaat daar echter niet in mee en gaat onder meer in op i) de bevoegdheid tot overdracht (die bestond nog en men kon aan X betalen omdat A het pandrecht nog niet had gemeld aan Y), ii) de geheimhoudingsplicht (die stond in de weg aan mededeling aan partijen die niet betrokken waren bij de laatste transactie) en iii) de kans dat het pandrecht te gelde had kunnen worden gemaakt (de levering aan Y vond plaats door een Groninger akte en was slechts een verkoop “op papier”).

Wilt u hier meer over weten, neem dan gerust contact met ons op.

Klik hier voor de uitspraak:
Geen fout notaris bij tenietgaan stil pandrecht