Niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV Een afwijking daarvan is slechts gerechtvaardigd als werkgever bijkomende feiten en omstandigheden kan bewijzen | Kennedy Van der Laan

Niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV? Een afwijking daarvan is slechts gerechtvaardigd als werkgever bijkomende feiten en omstandigheden kan bewijzen

Op grond van artikel 7:629 lid 1 BW heeft de werknemer recht op loon tijdens ziekte voor een periode van 104 weken. Voor het vaststellen van de 104 weken worden perioden waarin de werknemer in verband met arbeidsongeschiktheid verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

Gerechtshof Den Haag

Onlangs oordeelde het Gerechtshof Den Haag hierover. In de desbetreffende zaak heeft de werknemer zich op 10 december 2009 voor het eerst ziek gemeld. Per 23 februari 2011 was de werknemer weer volledig hersteld.

Vervolgens heeft de werknemer zich op 31 oktober 2011 opnieuw ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft echter geoordeeld dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid. Naar aanleiding daarvan heeft de werkgever de loonbetaling per 1 november 2011 stopgezet. De werknemer heeft bij het UWV een deskundigenoordeel aangevraagd.

Het UWV heeft – in tegenstelling tot de bedrijfsarts – geoordeeld dat de werknemer per 31 oktober 2011 niet in staat was zijn eigen werk te doen wegens (forse) psychische klachten. Naar aanleiding daarvan heeft de werknemer loonbetaling gevorderd vanaf 1 november 2011. De loonvordering wordt (deels) toegewezen. De werkgever gaat in hoger beroep. De werkgever stelt onder meer dat de 104 weken loondoorbetalingsverplichting op 10 december 2011 is geëindigd omdat er op dat moment twee jaren verstreken waren vanaf de eerste ziekmelding.

Vaststellen nieuwe ziekteperiode

Wat betreft de periode 10 december 2009 tot 1 november 2011 oordeelt het hof dat niet is gebleken dat na 10 december 2009 sprake is geweest van een onafgebroken periode van arbeidsongeschiktheid van 104 weken. Uit de overgelegde rapportages van de bedrijfsarts en het UWV volgt duidelijk dat er per 23 februari 2011 sprake is van volledig herstel. Dat ook de wergever daar vanuit ging, volgt uit een brief van 23 februari 2011 gericht aan werknemer waarin staat: “ We gaan er vanuit dat je nu volledig bent hersteld.” Dat er mogelijk nog psychische klachten bestonden betekent niet dat de werknemer ongeschikt was voor zijn werk.

De werkgever stelt dat werknemer in de periode vanaf 23 februari 2011 feitelijk niet zijn eigen werk maar slechts passende werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie heeft verricht en dat daardoor de ziekteperiode niet is onderbroken. Het hof volgt die redenering niet. Immers, uit artikel 7:629 lid 10 BW volgt dat perioden waarin de werknemer in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. De periode van onderbreking ziet dus op de periode waarin de werknemer niet verhinderd is geweest zijn eigen arbeid te verrichten. Niet bepalend is of de werknemer feitelijk zijn arbeid heeft verricht, aldus het hof. Zoals reeds toegelicht waren partijen het erover eens dat de werknemer per 23 februari 2011 volledig hersteld was en dus niet verhinderd was zijn eigen arbeid te verrichten. Dit betekent dat, nu de volgende ziekmelding pas op 31 oktober 2011 plaats vond, de arbeidsongeschiktheid van werknemer met meer dan vier weken is onderbroken. Gelet daarop is er een nieuwe ziekteperiode gaan lopen per 31 oktober 2011.

Oordeel UWV

Wat betreft de periode na 1 november 2011 staat het oordeel van de bedrijfsarts tegenover het oordeel van het UWV. Om tot de conclusie te komen dat aan het oordeel van het UWV minder gewicht moet worden toegekend, moet sprake zijn van bijkomende feiten en omstandigheden die deze conclusie rechtvaardigen. Volgens de werkgever bestaan die omstandigheden eruit dat werknemer bij het UWV de indruk heeft gewekt dat hij een andere functie bekleedde. Dat er verschil van inzicht was tussen partijen over de functie van de werknemer was bij UWV bekend en is juist al uitdrukkelijk meegewogen in het deskundigenoordeel van het UWV. Gelet daarop is er volgens het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het deskundigenoordeel van het UWV. Het voorgaande betekent dat werknemer ook na 1 november 2011 arbeidsongeschikt was.

Tip

  • Het is belangrijk om te weten dat een nieuwe ziekteperiode gaat lopen als de werknemer ten minste vier weken niet verhinderd is geweest om zijn arbeid te verrichten ongeacht of hij zijn eigen arbeid daadwerkelijk heeft verricht.
  • Een deskundigenoordeel van het UWV zal in de meeste gevallen gevolgd moeten worden. Om aan het oordeel van het UWV minder gewicht toe te kennen moet sprake zijn van bijkomende feiten en omstandigheden die dat rechtvaardigen. Daar is niet snel sprake van.

 

Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2016:1538

Auteur(s)

  • Joëlle BouletJoëlle Boulet