De Wet Werk en Zekerheid: wat u als oprichter van een start-up moet weten.

Uit hoofde van de Wet werk en zekerheid is de arbeidsrechtelijke wetgeving gewijzigd. In dit artikel geven wij u een korte samenvatting van de drie wijzigingen die naar onze mening voor start-ups het belangrijkst zijn.

1. Opzegtermijn

Wij kunnen ons voorstellen dat u als jonge start-up onderneming nieuwe werknemers arbeidscontracten voor bepaalde tijd wilt aanbieden. Hierdoor kunt u flexibel blijven en eventueel de werknemer weer gemakkelijk laten gaan als hij of zij niet presteert zoals u hoopte.

Wij maken u erop attent dat bij arbeidsovereenkomsten met een duur van zes maanden of langer u verplicht bent om de werknemer één maand voor afloop van het dienstverband uw besluit om de arbeidsovereenkomst al dan niet te verlengen mede te delen. In geval de werknemer niet tijdig wordt ingelicht bent u verplicht om die werknemer een bedrag te vergoeden gelijk aan één maandsalaris, ongeacht of de arbeidsovereenkomst wel of niet verlengd wordt.

2. Proeftijdbeding

Ook een proeftijdbeding is een optie die voor u interessant kan zijn om op te nemen in de arbeidsovereenkomst. Dit beding geeft u de kans om erachter te komen of de werknemer werkelijk de vaardigheden bezit die u zoekt.

Wij maken u erop attent dat u géén proeftijdbeding mag opnemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een duur van zes maanden of minder. Indien dit beding toch in een dergelijke overeenkomst staat is die proeftijd nietig, en zijn in plaats daarvan de wettelijke regels voor beëindiging dienstverband van toepassing.

3. Concurrentiebeding

Aangezien de meeste start-ups zich bezighouden met technologie begrijpen wij dat u zult willen voorkomen dat een werknemer na de beëindiging van zijn of haar contract kan overstappen naar een concurrent.

De werkgever (u) mag geen concurrentiebeding opnemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tenzij u specifieke redenen kunt aangeven waarom dat beding noodzakelijk is. Voorbeelden van zulke redenen zijn zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Als u een dergelijk beding opneemt dient u deze belangen schriftelijk aan te geven, hetzij in de arbeidsovereenkomst, hetzij in een bijlage daarbij. Hoe gedetailleerder, gemotiveerder en specifieker de schriftelijke rechtvaardiging van het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang is, des te waarschijnlijker is het dat het concurrentiebeding door een rechter in stand zal worden gelaten. In geval van een standaard rechtvaardiging die de werkgever voor verschillende functies gebruikt is het hoogst onwaarschijnlijk dat deze in een procedure overeind zal blijven.

Mocht u naar aanleiding van het vorenstaande vragen hebben, dan kunt u vanzelfsprekend contact opnemen met het KVdL Startup Team. Wij zullen u graag een diepgaander advies over dit onderwerp aanbieden.

 

Contactpersoon

  • Mickey TaMickey Ta