De waarde van een vakantiedag

Ktr. Amsterdam 29 juni 2012, LJN: BX1486

Werknemers maken lang niet altijd hun vakantiedagen op en hebben daarom bij uitdiensttreding regelmatig een positief vakantiedagensaldo. Artikel 7:641 BW bepaalt dat die resterende dagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst moeten worden uitbetaald. Over de ‘waarde’ van een vakantiedag blijkt in de praktijk nog al eens onduidelijkheid te bestaan. De wet is op dit punt ook niet duidelijk. De wettelijke bepaling komt erop neer dat een vakantiedag één dag loon waard is. De vraag is dus wat moet worden verstaan onder ‘loon’. Veel werkgevers betalen simpelweg het basissalaris uit, vermeerderd met vaste looncomponenten zoals vakantietoeslag en dertiende maand. Het wordt echter ingewikkelder als de werknemer bijvoorbeeld ook variabele loonbestanddelen heeft. De Kantonrechter Amsterdam heeft in zijn uitspraak van 29 juni jl. helderheid geschapen, zich daarbij baserend op Europese rechtspraak.

Feiten

In de betreffende zaak had de werkgever aan de werknemer bij zijn uitdiensttreding een vergoeding betaald voor 628,67 niet-opgenomen vakantie-uren. De werkgever had de hoogte van die uitkering bepaald aan de hand van het vaste salaris alsmede de vakantietoeslag daarover. De werknemer claimde dat dat niet juist was. Ook aan hem uitgekeerde bonussen alsmede het werkgeversdeel pensioenpremie hadden volgens de werknemer meegerekend moeten worden.

Kantonrechter

De kantonrechter stelt voorop dat het recht op doorbetaalde vakantie een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de Europese Unie vormt. De Nederlandse wet moet daarom richtlijnconform worden uitgelegd en de Europese rechtspraak is daarbij uiteraard van groot belang. Volgens het EU Hof van Justitie in de zaak Robinson/Steele (JAR 2006/84) dient de werknemer tijdens zijn vakantie zijn normale loon te ontvangen. Met andere woorden, het loon dat tijdens de vakantie wordt doorbetaald, is bepalend voor de berekening van de waarde van de vakantiedagen bij einde arbeidsovereenkomst. In de zaak Williams/British Airways (JAR 2011/279) wordt dit nader uitgewerkt. Het gaat volgens het EU Hof van Justitie om alle componenten die intrinsiek samenhangen met de taken die de werknemer in zijn arbeidsovereenkomst zijn opgedragen en waarvoor hij een financiële vergoeding ontvangt.

Op grond van deze jurisprudentie oordeelt de kantonrechter als volgt. De werknemer had gedurende zijn dienstverband systematisch substantiële bonussen ontvangen die afhankelijk waren van zowel zijn eigen als van zijn teampresentatie. Daarmee staat vast dat de bonussen een vergoeding vormden voor de uitvoering van de aan de werknemer opgedragen taken en dat er een intrinsiek verband bestond tussen de beloning en de opgedragen werkzaamheden. De bonussen moesten dus inderdaad worden meegerekend. Als representatieve periode neemt de kantonrechter de laatste vijf volledig gewerkte jaren. De werkgeversbijdrage pensioenpremie moet ook worden meegeteld. De werknemer mag immers bij uitbetaling van vakantiedagen niet in een nadeliger positie komen te verkeren dan bij opneming van vakantiedagen. Nu de werkgeversbijdrage tijdens vakantie altijd gewoon werd doorbetaald, moet hij ook meegenomen worden in de berekening van de waarde van de vakantiedagen bij einde dienstverband.

Voor deze werknemer maakte het bovenstaande een groot verschil. Zijn gemiddelde bonus was € 105.059 bruto per jaar en de werkgeversbijdrage pensioenpremie in totaal € 9.578,64. Al met al had de werknemer daarmee recht op een nabetaling van € 34.514,27 bruto (vermeerderd met de wettelijke rente en € 3.451,43 aan wettelijke verhoging).

Conclusie en tip

Bij de waardebepaling van vakantiedagen bij einde dienstverband, dient één op één aansluiting te worden gezocht bij de doorbetaling van de werknemer als hij vakantie geniet. Dat betekent dat bonussen en andere beloningsbestanddelen die niet in het vaste basissalaris zitten, vaak mede bepalend zijn voor de waardebepaling van de vakantiedagen bij einde arbeidsovereenkomst. Werkgevers dienen zich daarvan bewust te zijn, zodat zij achteraf niet met onverwachte claims worden geconfronteerd. Het kan ook de moeite waard zijn om bepaalde betalingen niet te doen tijdens de vakantie van de werknemer, uiteraard binnen de wettelijke grenzen.

Auteur(s)

  • Itse GerritsItse Gerrits