De loonsverlaging van V&D: eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden

V&D heeft het financieel moeilijk, het warenhuis is sinds het begin van dit jaar veel in de media geweest. Om het tij te keren eisen verschillende stakeholders maatregelen: de kosten moeten omlaag, zowel de huurkosten als de loonkosten. V&D zette in op een eenzijdige loonkostenverlaging van 5,8% en daarbij zouden enkele andere arbeidsvoorwaarden vervallen, zoals opgebouwde seniorendagen. FNV en CNV vorderden in kort geding V&D te verbieden de lonen van de werknemers eenzijdig te verlagen.

Gronden

De twee belangrijkste gronden die V&D aanvoerde voor de eenzijdige loonsverlaging waren een beroep op een eenzijdig wijzigingsbeding en een beroep op goed werknemerschap.

Om een beroep te kunnen doen op een eenzijdig wijzigingsbeding dient deze schriftelijk overeen te zijn gekomen. Daarbij dient de werkgever een zodanig zwaarwichtig bedrijfsbelang te hebben dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar redelijkheid moet wijken. Dit beroep strandt op het vereiste van schriftelijkheid. Weliswaar is in de arbeidsovereenkomst met een aantal werknemers – het is onduidelijk hoeveel dit er zijn – opgenomen dat ‘relevante regelingen’ eenzijdig door V&D kunnen worden gewijzigd, maar dit is onvoldoende concreet. Het is onduidelijk of dit ook ziet op de cao-bepalingen waarin het salaris van de V&D werknemers is geregeld. Gelet hierop kan V&D geen beroep doen op het eenzijdig wijzigingsbeding.

Als geen eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen, zal de werkgever de werknemer een voorstel tot wijziging moeten doen. Onder omstandigheden is de werknemer op grond van goed werknemerschap gehouden dat voorstel te aanvaarden. Allereerst zal hierbij moeten worden beoordeeld of het voorstel van de werkgever redelijk. Indien dit het geval is moet de werknemer instemmen met het voorstel, tenzij dit redelijkerwijs niet van de werknemer kan worden gevergd.

Tussen V&D en haar werknemers is van overeenstemming geen sprake. De kantonrechter overweegt dat indien de werknemers op grond van goed werknemerschap in een situatie als bij V&D akkoord moeten gaan met een dergelijke loonsverlaging, dit op gespannen voet komt te staan met het wettelijk systeem van arbeidsrechtelijke bescherming. In het oordeel betrekt de kantonrechter de omstandigheid dat V&D recent onroerend goed voor een zeer hoog bedrag heeft verkocht maar het niet duidelijk is geworden waar dat geld heen is gegaan. Het beroep van V&D op goed werknemerschap slaagt daarom ook niet.

Eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden

Wil een werkgever baat hebben bij een eenzijdig wijzigingsbeding dan moet het duidelijk zijn dat de werknemer hiermee schriftelijk akkoord is gegaan en op welke regels het beding ziet. Daarbij moet de werkgever een zwaarwichtig belang hebben waarvoor het belang van de werknemer met wijken. Bij het wijzigen van primaire arbeidsvoorwaarden, zoals het loon, zal een dergelijk beroep niet snel slagen. Er zal dan over het algemeen sprake moeten zijn van zeer zware financiële problemen bij de werkgever.

Bij de vraag of een voorgenomen wijziging redelijk is, kan een rol spelen of een compensatie en/of overgangsregeling aan de werknemers is aangeboden. Ook als de ondernemingsraad of de vakbonden het voorstel steunen, kan dit een indicatie vormen van de redelijkheid van het voorstel en heeft een werkgever een grotere kans om de gewenste wijziging door te voeren.

Auteur(s)

  • Iris OmloIris Omlo