De arbeidsrechtelijke omkeringsregel aangescherpt en verduidelijkt

Op 7 juni 2013 heeft de Hoge Raad twee belangrijke arrestanten gewezen over de arbeidsrechtelijke omkeringsregel (het Lansink/Ritsma-arrest, LJN BZ1721 en het SVB/Van der Wege-arrest, LJN BZ1717). Deze regel is door de Hoge Raad in het leven geroepen om een werknemer, die kampt met gezondheidsklachten als gevolg van een beroepsziekte, tegemoet te komen in de bewijslat van het causaal verband tussen zijn gezondheidsklachten en de voor zijn werkgever verrichte werkzaamheden. Voor de toepasselijkheid van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel dient de werknemer 1. te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij werkzaamheden heeft moeten verrichten die schadelijk ‘kunnen’ zijn geweest voor zijn gezondheid; en 2. te stellen en zo nodig te bewijzen dat zijn gezondheidsklachten hierdoor ‘kunnen’ zijn veroorzaakt. Zowel in het Lansink/Ritsma-arrest als in het SVB/Van der Wege-arrest lag de vraag voor hoe aannemelijk nu precies moet zijn dat de arbeidsomstandigheden schadelijk ‘kunnen’ zijn geweest voor de gezondheid en hoe aannemelijk het moet zijn dat de gezondheidsklachten hierdoor ‘kunnen’ zijn veroorzaakt, alvorens de arbeidsrechtelijke omkeringsregel kan worden toegepast.

Lees hier het volledige artikel in PDF:
De arbeidsrechtelijke omkeringsregel aangescherpt en verduidelijkt

Auteur

Lotte Veendrick

Gepubliceerd

Nieuwsbrief Bedrijfsjuridische Berichten, september 2013

Auteur(s)

  • Lotte VeendrickLotte Veendrick