Borgt het participatiemodel Rode Kruis Ziekenhuis de betrokkenheid van alle specialisten?

In december maakte de ACM openbaar dat het geen bezwaar heeft tegen de invoering van het participatiemodel door het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk (“RKZ”).

In het participatiemodel is de medisch specialist op twee manieren aan het ziekenhuis verbonden: als mede-eigenaar en op grond van een dienstverleningsovereenkomst of dienstverband. Hoewel deze informele zienswijze vanuit mededingingsrecht veel aandacht zal trekken, richt ik mij op de borging van de betrokkenheid van alle specialisten bij het beleid en de koers van het RKZ.

Volgens de plannen bij het RKZ kunnen de medisch specialisten voor in totaal 25 procent deelnemen in de holding BV die op haar beurt alle aandelen in de ziekenhuis BV houdt. Voor de medisch specialisten wordt een aparte klasse aandelen B gecreëerd.

In beginsel heeft Zorg van de Zaak als 75%-meerderheidsaandeelhouder de zeggenschap in de aandeelhoudersvergadering van de holding BV en (indirect) daarmee ook in de ziekenhuis BV. Voor een aantal belangrijke besluiten ten aanzien van beleid, bestuur en strategie van de organisatie ligt dat echter anders. Dan moet ook minstens 20% van de specialisten-aandeelhouders vóór het besluit stemmen. Hierop bestaan enkele uitzonderingen die voor dit artikel verder niet relevant zijn.

In dit kader is het interessant om kort stil te staan bij de monitor integrale tarieven 2015 die vorige maand is gepubliceerd. De NZa signaleert hierin onder andere dat ziekenhuizen en specialisten bij het maken van afspraken over de invoering van de integrale bekostiging relatief weinig aandacht besteden aan de vormgeving van goede overlegstructuren waarbij alle medische specialisten, vrijgevestigd én in loondienst, goed zijn vertegenwoordigd. In het participatiemodel is dit zelfs nog belangrijker, omdat specialist-aandeelhouders directe invloed op het besluitvormingsproces hebben. Hierbij is het goed om te realiseren dat binnen het ondernemingsrecht wordt aangenomen dat een aandeelhouder in principe alleen zijn eigen persoonlijk belang in acht hoeft te nemen bij het stemmen op zijn aandelen.

In 2013 werkte in het RKZ een aanzienlijk deel (35%) van de specialisten in loondienst. Het is niet bekend of zij ook mogen intekenen op de uit te geven aandelen. Als dat niet zo is, dan ontstaat er een belangrijk verschil in de zeggenschap over het beleid van het ziekenhuis tussen beide groepen. De vrijgevestigde specialist-aandeelhouders nemen immers deel aan het besluitvormingsproces op aandeelhoudersniveau, terwijl de specialisten in loondienst in het beste geval dit proces slechts kunnen beïnvloeden via de overlegorganen zoals de medische staf. Dit kan een zware wissel op de betrokkenheid van deze groep specialisten trekken. Mogelijk komt de goede en evenwichtige vertegenwoordiging van alle medisch specialisten bij de vorming van het beleid en de strategie van het RKZ hiermee onder druk te staan. Dit zal de speciale aandacht van het bestuur vragen.

Ongeacht de vraag of het participatiemodel nu wel of niet openstaat voor beide groepen, kan ook op een andere wijze een onbalans in de betrokkenheid van de specialisten ontstaan. Bijvoorbeeld doordat niet alle specialisten intekenen op de regeling. De kans is dan groot dat de afspiegeling in de aandeelhoudersvergadering niet gelijk loopt met de samenstelling op de werkvloer. Uit de opzet van het model blijkt dat serieus rekening is gehouden met de mogelijkheid dat niet alle specialisten zullen intekenen. Zo gelden de speciale regels over betrokkenheid van de medisch-specialisten-aandeelhouders bij besluiten over bijzondere onderwerpen niet, als het aantal aandelen dat die groep houdt minder bedraagt dan 10% van het totaal aantal geplaatste aandelen.

De invoering van het participatiemodel bij het RKZ zal door veel ogen worden gevolgd. Of daarbij – in tegenstelling tot het landelijke beeld – voldoende is gekeken naar een goede vertegenwoordiging van vrijgevestigde specialisten en hun collega’s in loondienst zal de toekomst moeten uitwijzen.