Besluit AVA leidt niet tot einde dienstverband bestuurder

Rechtspositie bestuurder

De bestuurder van een BV of NV die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is, heeft minder vergaande ontslagbescherming dan een gewone werknemer. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad heeft het besluit van (meestal) de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) om de bestuurder te ontslaan in beginsel tevens als gevolg dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Een ontslagvergunning of gang naar de rechter is dan niet vereist. Dit lijdt volgens de Hoge Raad enkel tot uitzondering indien sprake is van een opzegverbod of indien partijen anders overeenkomen. Deze laatste uitzonderingsgrond is aan de orde in de uitspraak in kort geding van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2014.

Feiten en procesverloop

De bestuurder in kwestie is door de AVA met ingang van 1 december 2008 als zodanig aangesteld en tevens op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden. In de arbeidsovereenkomst staat een opzegtermijn van twaalf maanden. De AVA heeft hem vanwege kortweg onbehoorlijke taakvervulling bij besluit van 31 augustus 2012 met onmiddellijke ingang als bestuurder ontslagen. Tijdens de vergadering is aan de bestuurder medegedeeld dat hij nog een schriftelijke bevestiging zou ontvangen van zijn ontslag waarin ook de voorwaarden waaronder zijn arbeidsovereenkomst zou eindigen zouden staan. Hierna is gecorrespondeerd over de duur van de opzegtermijn. De vennootschap heeft daarbij laten weten de toepassing hiervan af te laten hangen van de uitkomst van een boekenonderzoek. Vervolgens heeft zij de arbeidsovereenkomst met de bestuurder met onmiddellijke ingang opgezegd vanwege misbruik van de company credit card en negeren van het verbod op uitkering van een bonus aan bepaalde medewerkers. De bestuurder is het niet eens met zijn ontslag op staande voet en vordert schadevergoeding ter hoogte van de opzegtermijn.

Uitspraak Hof

Het Hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst niet (reeds) als gevolg van het besluit van 31 augustus 2012 is geëindigd. Uit de notulen van de AVA blijkt namelijk dat de vennootschap zich van het onderscheid tussen de beëindiging van de vennootschapsrechtelijke bestuursfunctie en de beëindiging van de arbeidsverhouding bewust is geweest en dit ook ter vergadering aan de bestuurder duidelijk heeft gemaakt. Uit de contacten hierna blijkt bovendien dat de bestuurder dit onderscheid ook zo heeft begrepen en (aanvankelijk) ook wenselijk achtte. Hierin ziet het Hof geen reden samenval van de beëindiging van de vennootschapsrechtelijke bestuursfunctie en de arbeidsverhouding aan te nemen. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst nog bestond op het moment van ontslag op staande voet. Dit laatste ontslag acht het Hof ongegrond nu geen sprake is van de vereiste dringende reden. De vordering van de bestuurder wordt derhalve toegewezen.

Tips

  • Bij bestuurders is het uitgangspunt dat het besluit van (meestal) de AVA tevens als gevolg heeft dat de arbeidsovereenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder eindigt.
  • Een van de uitzonderingen hierop is als partijen anders afspreken. De besproken uitspraak maakt duidelijk dat een dergelijke afspraak ook afgeleid kan worden uit de handelwijze van partijen ten tijde van het vennootschapsrechtelijk ontslag. In de meeste gevallen is het niet gewenst de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het is in die gevallen raadzaam tijdens de AVA expliciet te laten weten dat ook de arbeidsovereenkomst (met in acht name van de opzegtermijn) wordt beëindigd en dit vervolgens schriftelijk te bevestigen onder vermelding van de datum einde dienstverband.

Auteur(s)

  • Eylard van FenemaEylard van Fenema