Begrotingsafspraken 2014: wijzigingen ontslagrecht per 1 juli 2015

Op 11 oktober 2013 is een akkoord bereikt tussen VVD, PvdA, D66, CU en SGP over de begroting 2014. Daarbij zijn de afspraken uit het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 uitgangspunt, maar wordt een aantal maatregelen versneld ingevoerd, zo blijkt uit de brief van de Minister van Financiën aan de voorzitter van de Tweede Kamer dd. 11 oktober 2013 en in het bijzonder bijlage 2.

De drie belangrijkste punten zijn als volgt:

1. Het gewijzigde ontslagrecht wordt ingevoerd per 1 juli 2015 in plaats van 1 januari 2016. Het gewijzigde ontslagrecht houdt kort samengevat in dat de ontslagroute – opzegging na toestemming van het UWV of ontbinding door de kantonrechter – wordt bepaald door de ontslagreden. Bij een dienstverband van twee jaar of langer dient de werkgever een verplichte transitievergoeding te betalen, die gemaximeerd wordt op EUR 75.000,= of een jaarsalaris indien dat hoger is. De transitievergoeding bedraagt over de eerste 10 dienstjaren één derde van een maandsalaris per dienstjaar, en vanaf de jaren na het 10e dienstjaar een half maandsalaris per dienstjaar.

2. Het voorstel om maximaal 3 tijdelijke contracten in 2 jaar te mogen sluiten wordt per 1 juli 2014 ingevoerd. Uit het Sociaal Akkoord blijkt dat deze maatregel tevens inhoudt dat een onderbreking van meer dan 6 maanden (in plaats van de huidige 3 maanden) nodig is om de keten te doorbreken. Werknemers komen dus eerder in aanmerking voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

3. Per 1 januari 2015 – derhalve een jaar eerder dan beoogd – moet een werkloze na 6 maanden passende arbeid onder zijn niveau accepteren, waar dit nu 12 maanden is.

 

Auteur(s)

  • Eva KnipschildEva Knipschild