Ambtenaren hebben voortaan een arbeidsovereenkomst

Op 4 februari jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel ‘Wet normalisering rechtspositie ambtenaren’. Doel van deze wet is het in overeenstemming brengen van de rechtspositie van ambtenaren met die van werknemers met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Achtergrond

De ambtelijke rechtspositie is destijds in het leven geroepen om de ambtenaar te beschermen tegen politieke willekeur, waarbij de gedachte was dat het gesloten stelsel van ontslaggronden en de rechterlijke toetsing daarvan ervoor zou zorgen dat ambtenaren niet het slachtoffer zouden worden van politiek gemotiveerde besluiten. Als gevolg hiervan heeft de ambtenaar geen tweezijdige arbeidsovereenkomst, maar een formeel eenzijdige aanstelling.

Het wetsvoorstel ‘Wet normalisering rechtspositie ambtenaren’ is een initiatief geweest van D66 en CDA. Zij menen dat er in de huidige tijdgeest geen rechtvaardiging meer bestaat voor een afzonderlijke rechtspositie van ambtenaren. Als voordelen van de normalisering worden onder meer genoemd het voorkomen van vermenging van beide rollen van de overheid (als wetgever en werkgever) en een vergrote kans op een toename van de arbeidsmobiliteit tussen de overheid en de private marktsector.  Een ander voordeel van de normalisering is dat hiermee een einde komt aan de vergaande juridisering van de arbeidsverhouding van ambtenaren. Een ambtenaar kan immers tegen vrijwel alle besluiten, als ook het feitelijk handelen van een overheidswerkgever, bezwaar en beroep aantekenen. Als gevolg hiervan worden besluitvormingsprocessen aanzienlijk gecompliceerd en vertraagd.

Welke verschillen verdwijnen?

Uitgangspunt is dat de arbeidsverhoudingen bij de overheid gelijk worden aan die in het bedrijfsleven. Hierop wordt titel 10 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek onverkort van toepassing. Alleen in uitzonderingsgevallen worden de voor ambtenaren afwijkende bepalingen gehandhaafd.

Dit betekent dat voor de meeste ambtenaren de eenzijdige aanstelling een tweezijdige arbeidsovereenkomst wordt. De publiekrechtelijke rechtsbescherming zal nog slechts privaatrechtelijk van aard zijn. Dit heeft als gevolg dat een ambtenaar niet langer bezwaar, beroep en vervolgens hoger beroep tegen besluiten (en gelijkgestelde feitelijke handelingen) kan instellen. Bij een geschil met zijn werkgever zal hij zich direct tot de kantonrechter moeten wenden.

Daar staat tegenover dat dat de overheidswerkgever voortaan niet meer eenzijdig tot het ontslag van de ambtenaar kan overgaan, maar hiervoor eerst toestemming van het UWV nodig heeft dan wel de kantonrechter moet verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden.  In dit verband zijn ook de voorstellen uit het wetsvoorstel Wet en Zekerheid relevant (Wetsvoorstel Wet Werk en Zekerheid). Zo zal als gevolg van het voorstel in de toekomst elke ambtenaar met een arbeidsovereenkomst recht hebben op een transitievergoeding.

De arbeidsvoorwaarden van ambtenaren zullen niet worden veranderd door de wet. Wel zullen er, in overleg met de bonden, cao’s voor ambtenaren tot stand dienen te komen, ter vervanging van de huidige rechtspositieregelingen.

Aparte status blijft gehandhaafd

Het feit dat het private arbeidsrecht van toepassing wordt op ambtenaren, neemt niet weg dat de positie van de overheidswerkgever in verschillende opzichten een andere is dan die van een werkgever in de particuliere sector. Immers, ook als werkgever dient de overheid het algemeen belang, in tegenstelling tot de private ondernemingen die het eigen belang kunnen laten prevaleren. Ook dient de ambtelijke integriteit te worden gewaarborgd om bijvoorbeeld belangenverstrengeling te voorkomen. Als gevolg hiervan is besloten dat de aparte status van ambtenaren in de Ambtenarenwet vastgelegd blijft. De Ambtenarenwet zal die onderdelen van de ambtelijke status regelen die nauw verbonden zijn met het bijzondere karakter van het werken bij de overheid. Hierbij kan worden gedacht aan bepalingen omtrent integriteit, de ambtseed/belofte en de inperking van de vrijheid van meningsuiting.

De Ambtenarenwet wordt wel op een aantal punten gewijzigd. Zo zal de definitie van een Ambtenaar als volgt gaan luiden: ‘‘Ambtenaar in de zin van deze wet is degene die krachtens een arbeidsovereenkomst met een overheidswerkgever werkzaam is.’’

Uitzonderingen

Een aantal groepen is uitgezonderd van het wetsvoorstel. Zo zullen militaire ambtenaren en dienstplichtigen geen arbeidsovereenkomst krijgen. Voor hen gelden immers vergaande eisen met bijzondere beperkingen van hun grondrechten, zoals het stakingsrecht. Ook is op hen een bijzonder tuchtrecht van toepassing. De voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren die met de rechtspraak zijn belast zijn eveneens uitgezonderd. Andere uitgezonderde groepen zijn politieke ambtsdragers zoals ministers, staatssecretarissen, burgemeesters en commissarissen van de Koning, leden van de Hoge Raad en notarissen en gerechtsdeurwaarders.

Inwerkingtreding

De Eerste Kamer moet nog akkoord gaan met het wetsvoorstel. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de wet op 1 januari 2017 in werking zal treden.

Bij de inwerkingtreding van de wet zullen bestaande aanstellingen van rechtswege worden omgezet in een arbeidsovereenkomst. Individuele rechten uit publiekrechtelijke rechtspositieregelingen gaan deel uitmaken van de arbeidsovereenkomst. De ambtenarenvakbonden zullen daarnaast aan de slag moeten gaan om cao’s af te sluiten. Indien er nog geen cao’s zijn afgesloten op het moment dat de nieuwe wet inwerking treedt, blijft de bestaande publiekrechtelijke regeling nog gelden. Tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet kan nog bezwaar, beroep en hoger beroep worden ingesteld.

Wij zullen u uiteraard op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen omtrent dit wetsvoorstel. Ook zullen wij in een later stadium dieper ingaan op de concrete gevolgen van dit wetsvoorstel voor uw organisatie. Mocht u daaraan voorafgaand al vragen hebben hiervoor, dan kunt u contact opnemen met één van onze leden van het team ambtenarenrecht.

Auteur(s)

  • Laurie DuijvisLaurie Duijvis