Ambtelijke aanstelling telt mee bij ketenregeling

Ktr. Enschede 3 januari 2012, LJN: BV0155

De ketenregeling

Een arbeidsovereenkomst die voor bepaalde tijd is gesloten, eindigt in beginsel van rechtswege. Dit kan anders zijn wanneer sprake is van een reeks arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die elkaar naadloos of met een onderbreking van niet meer dan drie maanden opvolgen. Zo geldt volgens art. 7:668a BW de vierde arbeidsovereenkomst in deze reeks als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De tweede of derde arbeidsovereenkomst in deze reeks verandert uitsluitend op het moment van overschrijding van de termijn van 36 maanden in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze ‘ketenregeling’ is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers, waarvoor de werknemer dezelfde of soortgelijke werkzaamheden heeft verricht. De regeling spreekt alleen over arbeidsovereenkomsten. Bovendien is volgens art. 7:615 BW deze regeling niet van toepassing op ambtenaren.

De casus

De betrokken werknemer heeft eerst van 1 augustus 2005 tot 1 maart 2008 op detacheringsbasis vanuit het UMCU gewerkt voor de stichting Sciencia Kennistransfer GGZ. Sciencia is een samenwerkingsverband van verschillende organisaties, waaronder Saxion Hogescholen. De werknemer was bij het UMCU werkzaam op basis van een ambtelijke aanstelling. Op die aanstelling was de CAO Universitair Medische Centra van toepassing. In deze CAO is een soortgelijke regeling als de ketenregeling opgenomen. De werknemer is op 1 maart 2008 bij Saxion in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van één jaar. Hij bleef evenwel voor Sciencia werken. Op de arbeidsovereenkomst was de CAO HBO van toepassing. Ook hierin is een soortgelijke regeling als de ketenregeling opgenomen. Na ommekomst van de eerste arbeidsovereenkomst is deze verlengd tot 1 augustus 2009. Op 30 juni 2009 heeft Saxion de werknemer bericht dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd en daarom op 1 augustus 2009 van rechtswege eindigt. De werknemer heeft zich hiertegen verzet en zich beschikbaar gehouden voor werk. Pas anderhalf jaar later heeft hij een vordering ingesteld om Saxion te veroordelen tot doorbetaling van loon, stellende dat de laatste arbeidsovereenkomst veranderd is in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en derhalve niet van rechtswege is geëindigd.

De uitspraak

De kantonrechter is van mening dat ook de periode dat de werknemer bij zijn vorige werkgever op basis van een ambtelijke aanstelling heeft gewerkt in de keten dient te worden meegenomen. Hij betrekt hierbij niet alleen art. 7:668a BW, maar ook de EG Richtlijn 1999/70 over arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Alhoewel art. 7:668a BW niet hierop is gebaseerd, is deze richtlijn wel relevant voor de uitleg en toepassing van deze bepaling. Beide regelingen hebben volgens de kantonrechter ten doel werknemers te beschermen tegen verschillende ‘flexibele’ arbeidsconstructies. De kantonrechter ziet gelet op dit doel geen reden om te oordelen dat de ambtelijke aanstelling niet mag worden meegerekend. Daarbij hecht de kantonrechter mede waarde aan het feit dat de werknemer tijdens zijn aanstelling krachtens de CAO UMC ook al een vergelijkbare bescherming genoot. Nu de werknemer bij verschillende werkgevers werkzaam is geweest die redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn ten aanzien van de verrichte arbeid, kan hij zich met succes op de toepasselijkheid van artikel 7:668a BW beroepen en heeft de laatste arbeidsovereenkomst dus als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te gelden. Integrale toewijzing van de loonvordering zou volgens de kantonrechter echter leiden tot een wanverhouding tussen de periode gedurende welke de werknemer feitelijk heeft gewerkt en de periode waarop de vordering ziet. De werknemer heeft namelijk vanaf 1 september 2009 geen werkzaamheden meer voor Saxion verricht. Bovendien is het aan de werknemer toe te rekenen dat hij tot januari 2011 heeft gewacht met het instellen van zijn vordering. De kantonrechter matigt de vordering dan ook tot 10 maandsalarissen vermeerderd met het vakantiegeld.

Tips

  • Let bij het aanbieden van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op het arbeidsverleden van de werknemer. Zo kan het zijn dat deze arbeidsovereenkomst automatisch als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft te gelden, wanneer de werknemer eerder hetzelfde of soortgelijk werk op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft verricht voor een andere werkgever. Daarbij dient naar het oordeel van de kantonrechter Enschede ook rekening te worden gehouden met een eerdere ambtelijke aanstelling.
  • Het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op basis van de ketenregeling kan niettemin voorkomen worden door tussen het vorige en het nieuwe dienstverband van de werknemer een periode van meer dan drie maanden te laten vallen.
  • Tot slot kan bij CAO rechtsgeldig afgeweken worden van de wettelijke ketenregeling. Het is zelfs mogelijk te bepalen dat deze regeling in het geheel niet van toepassing is op de onderliggende arbeidsovereenkomsten.

Auteur(s)

  • Eylard van FenemaEylard van Fenema